Nederland in vijf zintuigen – hoe mijn cursisten ons land beleven

Op dit moment geef ik digitaal een cursus Nederlands (B1) voor medewerkers op de Universiteit Twente. De cursisten komen uit verschillende landen en hun kijk op de dingen is divers, wat interessante gesprekken oplevert.

Wij werken met de methode “Nederlands in actie”(Coutinho), en een hoofdstuk gaat over buitenlanders in Nederland. Een van de teksten in dit hoofdstuk heet “Nederland in vijf zintuigen”. Hier beschrijven buitenlanders, hoe zij Nederland zien, horen, ruiken, proeven en voelen. Een tijdje geleden gaf ik een soortgelijke opdracht aan mijn groep, en hun associaties zijn zo leuk en prachtig geschreven, dat ik ze graag met jullie wil delen – met hun toestemming uiteraard.

Silvia, Spanje:

Zien
In Nederland zijn er veel fietsen. Dat is een van de dingen die, wanneer je van buiten komt, meer verrassen. Nederlanders gaan op de fiets als het regent of als het koud is. Zij gaan met de boodschappen en de kinderen, altijd op de fiets. Ik vind dat het interessant is.

Horen
In Nederland ken je de klanken van de regen en de wind horen. Met de klimaatverandering is dit aan het veranderen, maar het is nog steeds waar.

Ruiken
In Nederland is er een grote verandering van seizoenen. In de winter is de landschap verlaten, wit en een beetje vijandig. Maar in de zomer wisselt alles, en van april tot augustus is alles groen en vol bloemen. Nederland ruikt naar tulpen en eiken.

Proeven
Nederland smaakt naar melk, kaas en yoghurt. Het smaakt naar kroketten en haring. Maar bovenal smaakt Nederland naar stroopwafelen en appeltaart. Heerlijk.

Voelen
Ik voel Nederland als een land dat gezinnen respecteert: je kan je werk en je gezinsleven combineren. Ik kreeg mijn laatste baan wanneer ik zwanger was. Dat is fantastisch.

Sobhan, Iran:

Zien
Nederland is erg groen. Je kunt veel vegetatie zien en dat komt doordat het veel regent.

Horen
Nederland is een stil land. De straten in de stad zijn alleen druk als mensen ’s ochtends gaan werken of ’s middags naar huis gaan. Andere keren is de stad erg stil.

Ruiken
Het komt mij heel vreemd voor dat de bloemen in Nederland geen geur hebben. In mijn land hebben alle bloemen een zeer aangename geur.

Proeven
Voor mij smaakt Nederland naar kaas. In iedere kruidenierswinkel vind je een ruim assortiment aan verschillende kaassoorten.

Voelen
Nederland voelt voor mij aan als regen en kou. Hoewel de meeste Nederlanders een hekel hebben aan regen, vind ik het lekker omdat ik uit een droog land kom.

Christiane, Duitsland:

Zien
Nederland is voor me het land van de fietsen. Maar in de winter als het donker is, kan ik de fietsen nauwelijks zien. In Duitsland moet je met lichten rijden als het donker is, en die zijn zo fel dat je ze van een afstand goed kunt zien. Vreemd genoeg lijkt dit in Nederland geen verplichting te zijn.

Horen
Ik ben niet zo vaak in Nederland, en zo ja, dan voor werk. Maar als ik aan horen denk, denk ik aan het lachen van mijn collega’s. Mijn kantoor is naast de koffiehoek, daarom hoor ik vaak een paar collega’s bij een kopje koffie praten en lachen. Dat vind ik leuk. En als het te luid wordt, doe ik gewoon de deur dicht.

Ruiken
Ik was een keer in Amsterdam en de hele stad rook naar marihuana. We liepen door de stad en er was altijd wel iemand in de buurt die een joint rookte.

Proeven
Een woord: Appeltaart! Een collega was jarig een bracht een huisgemaakte appeltaart met naar het werk. Er was de beste die ik ooit heb gehad.

Voelen
Ik voel koud in mijn kantoor. Zelfs in de zomer was het echt gaaf op ons kantoor.

Kartik, India:

Zien
Ik zie Nederland als een schoon en milieuvriendelijk land. Ik hou van de aanblik van koeien op het platteland en overal groen. Ik zie veel internationale mensen van over de hele wereld.

Horen
Ik hoor het geluid van wind die de bomen raakt. Ik hoor veel talen als ik met de trein reis. Ik hoor gebrul van motorfietsen, wat ik haat.

Ruiken
Nederlandruikt erg fris. Er hangt altijd een lekkere geur van de natuur en het bos. In het stadscentrum is de geur soms vreemd, een mix van veel dingen.

Proeven
Ik proef erg lekkere kaas en melkproducten. Het brood is hier ook erg goed. Er zijn nauwelijks goede keukens voor vegetariërs zoals ik, dus kan ik niet veel hierover zeggen.

Voelen
Ik voel de intensiteit van de wind die mijn fiets raakt en mijn haar en baard vliegt. Als ik aan Nederland denk, voel ik het als een uniek land.

En tot slot nog een mooie samenvatting van Tugce, Turkije:

Ik woon in Enschede. Het is een kleine stad. Dus mijn zintuigen merken verschillen. Maar ik zie alleen groen in Nederland. In Nederland zijn er grote bossen en parken er zijn overal veel bomen in de straten. Dus de steden, de straten, zelfs het water lijken groen, denk ik. Vanwege dat hoor ik altijd prachtige vogelgeluiden. Ik voel me vrij en rustig in Nederland.

Het Torentje van Drienerlo op de Universiteit Twente

Lesgeven in tijden van corona (2): Het spatscherm

Toen Nederland in de “intelligente lockdown” ging, kon ik gelukkig een deel van mijn cursussen digitaal voortzetten, meestal als een combinatie van Skype en begeleiding via e-mail.  Dit ging – en gaat – nog steeds goed, maar een aantal klanten zag dit niet zitten en ze hebben hun lessen uitgesteld.

Maar sinds een aantal weken zijn de maatregelen weer aardig versoepeld en kunnen mijn cursisten weer naar mij toe komen. Uiteraard houd ik me aan de richtlijnen van het RIVM: De cursisten dienen hun handen te ontsmetten, wij houden zo veel mogelijk afstand en ik heb nu een spatscherm tussen mezelf en de cursist.

spatscherm

Het ziet er misschien een beetje raar uit, een collega vergeleek het zelfs met een gevangenis, maar het valt echt reuze mee. De akoestiek is prima en ik kan ook goed zien, wat mijn cursisten opschrijven en desnoods bijsturen. Dit is bij het onderwijs op afstand een stuk moeilijker.

In de afgelopen weken zijn bijna alle deelnemers die hun cursus onderbroken hebben, weer teruggekomen, en mijn spatscherm bevalt goed: “This is so much better than Skype!”

Ook ik geniet ervan, een deel van mijn lessen weer op de traditionele manier te kunnen geven, want de interactie is toch een stuk directer, de vertragingen, storende geluiden en wegvallende verbindingen zijn er niet, en de sfeer is gewoon leuker!

Toch sluit ik het niet uit, om ook in de toekomst met lessen op afstand te blijven werken, want het scheelt ook weer reistijd voor mij en/of de cursist, wat de planning een stuk flexibeler maakt. Een combinatie van digitaal en fysiek onderwijs lijkt mij ideaal.

Vrijheid, gepaste afstand en normaliteit – overpeinzingen op Bevrijdingsdag

Een paar dagen geleden was het Bevrijdingsdag. Anders dan in vroegere tijden (het woord “normaal” wil ik eigenlijk niet gebruiken, en straks zal ik even vertellen waarom) was het heel stil in de stad. Er hingen wel veel vlaggen, maar er was geen feestgedruis en er waren maar weinig mensen onderweg. Een nog nauwelijks bekend virus houdt ons in zijn greep.

Ik maakte een ommetje en kwam ook langs het Oorlogsmonument in het Volkspark. Op de dag ervoor had de Dodenherdenking plaats gevonden, deze keer letterlijk in stilte en zonder publiek.  Maar uiteraard lagen weer bloemen en kransen bij de standbeelden.

Oorlogsmonument in het Volkspark

Toen ik mijn rondje liep, heb ik een aantal dingen “bij mezelven overdacht”, zoals J.C. Bloem het in zijn gedicht “Dapperstraat “ zo mooi verwoordde.

Vrijheid

Mijn gedachten gingen naar de toespraak van Koning Willem Alexander bij de herdenking op de Dam. Hij zei dat wij nu een deel van onze vrijheid moesten opgeven, maar dat we ervoor gekozen hebben in het belang van leven en gezondheid, maar de mensen in de Tweede Wereldoorlog hadden geen keuze.

Op de social media lees ik vaak dat wij momenteel alle vrijheid kwijt zijn, omdat we zo veel mogelijk thuis moten blijven, anderhalve meter afstand moeten houden, familie en vrienden niet mogen bezoeken. En natuurlijk is dit moeilijk, ik had de verjaardag van mijn moeder ook graag samen met haar en de rest van mijn familie gevierd en ik zou mijn familieleden ook graag weer willen knuffelen. Maar ooit zal het weer kunnen, en daar verheug ik me nu al op.

En uiteraard begrijp ik ook de mensen die zich zorgen maken over hun werk – hoe lang  houdt het bedrijf het vol, hoe vangen we de dalende inkomsten op?

Maar als ik naar het monument kijk – de moeder met haar kind dat bij de bombardementen het leven liet, de verzetsstrijders die altijd bang moeten zijn dat zij opgepakt en ten dood veroordeeld worden, de joodse vrouw met haar kind op weg naar een concentratiekamp en al die anderen – ben ik overtuigd dat het ondanks de tijdelijke beperkingen nog goed gaat.

Bommenslachtoffer en gijzelaar

Ik heb de indruk dat veel mensen het begrip “vrijheid” verwarren met “alles kan, alles mag en het liefst meteen”. Maar zo werkt het niet. Ik denk dat “vrijheid” betekent, dat je keuzes kunt maken, maar dat je ook de gevolgen daarvan moet aanvaarden. Want keuzes hebben altijd gevolgen, voor jezelf, maar ook voor anderen.

Gepaste afstand

Onlangs viel mijn man op dat de verschillende groepen van het monument op ruime afstand van elkaar staan. Goed, de drie verzetsstrijders staan conspiratief dicht bij elkaar, maar misschien horen zij bij hetzelfde huishouden? En bij de gevangenen uit het concentratiekamp maakt het waarschijnlijk niet zo veel uit.

Joodse moeder en verzetsstrijders

De anderhalve-meter-samenleving wordt ook vaak op de social  media als bron van ergernis genoemd, het is niet natuurlijk en niet normaal. Ik zie dat iets anders: Met de anderhalve meter gun je elkaar de ruimte. Ik vind het juist prettig dat mensen niet te dicht bij mij staan. Voor een deel is dit zeker persoonlijk, maar voor een deel heeft dit ook met cultuur te maken.

Blijkbaar is de “personal space”, de afstand tot iemand anders die je nodig hebt om je prettig te voelen bij Duitsers groter dan bij Nederlanders. Zo had ik in mijn begintijd hier moeite met sommige collega’s die bij een gesprek heel dicht voor mijn neus stonden en bij wie dan een stap achteruit ook niets hielp, zij bleven gewoon volgen. En buurtfeesten, waarbij je heel dicht op elkaar moet staan en elkaar in het oor brullen, omdat iemand vindt dat harde muziek gezellig is, drijven mij tot pure wanhoop. Nee, geef mij maar de rust en de anderhalve meter.

“Normaliteit”

Wat ook heel vaak langskomt, zijn de begrippen “normaal”, “niet normaal”,  “het oude oftewel het nieuwe normaal”.  Maar ja, wat is normaal? Ik moet hier altijd aan een scéne uit een televisieserie denken, waar de hoofdpersoon tegen haar ex-man zegt: “Jij strooit suiker over de sla en verzamelt bierviltjes. Is dit normaal dan?”

Als normaal wordt enerzijds beschouwd wat een meerderheid van de mensen doet, maar ook regels, afspraken en overeenkomsten binnen een bepaalde groep. Een voorbeeld is het handenschudden. In onze cultuur geldt dit als beleefd, maar in andere culturen is het niet gebruikelijk, daar betuigt men zijn respect op een andere manier.  Zo een andere manier zou dus het “nieuwe normaal” kunnen worden.

Maar misschien moeten we het idee van “normaliteit” ook gewoon laten varen? Mensen verschillen, dingen verschillen, situaties verschillen. Als men namelijk minder in de kaders van “(niet) normaal” denkt, is het makkelijker om mensen te accepteren die op de een of andere manier anders zijn. En het is dan ook makkelijker om met veranderde situaties om te gaan. De situatie nu is duidelijk anders dan vorig jaar en over een paar maanden zal het zeker anders zijn dan nu, maar waarschijnlijk niet zo als vorig jaar. Maar hoe erg is dat?

Om weer terug te gaan naar het gedicht “Dapperstraat”: “Alles is veel voor wie niet veel verwacht.” Ik mag mijn ommetje nog maken, heb genoeg te eten en binnenkort zelfs een afspraak bij de kapper. Het leven is ook nu zo verkeerd nog niet.

Lesgeven in tijden van corona

Kortgeleden las ik in de krant in een stukje over headsets de volgende zin: “Nu half Nederland vanwege corona thuis aan het videobellen is, kennen we allemaal het geluid van rondzingende stemmen en is constant gebakkelei met de mute-knop inmiddels redelijk ingeburgerd onder thuiswerkers.” (TC Tubantia van 8 april 2020). Het feit dat zelfs ik snap waar het over gaat zegt een hoop over de huidige situatie. Ook ik ben immers aan het lesgeven op afstand geslagen, vooralsnog met wisselend succes. Het is niet voor niets dat ik taaldocent en geen computerspecialist ben geworden.

Een deel van mijn cursisten heeft de cursus voorlopig uitgesteld, omdat zij andere dingen aan hun hoofd hebben of de voorkeur geven aan persoonlijk contact. Maar een aantal wil het gat toch niet te groot laten worden, en dus gaan wij op verschillende manieren door.

Omdat veel van mijn klanten privéles hebben, is het redelijk makkelijk om het traject via een combinatie van Skype en email-coaching voort te zetten. De Skypeles is dan iets korter dan de gebruikelijke face-to-face-les, en de resterende tijd wordt gebruikt om huiswerkopdrachten op te sturen, die ik dan nakijk en met feedback terugstuur. Een van mijn cursisten is voorlopig teruggegaan naar zijn thuisland om bij zijn familie te kunnen zijn. Maar gelukkig heeft hij zijn boeken ook megenomen, zodat de lessen nu op deze manier door kunnen gaan.

Voor groepslessen hebben mijn collega’s en ik ook met ZOOM geëxperimenteerd. De eerste keer vond ik het vooral interessant om te zien, hoe hun werkomgeving eruitziet, want die zie je normaal niet. Ineens vroeg iemand: “Horen jullie ook zo’n gepiep? Wat is dit?” Antwoord: “Dit zijn vogels. Ik zit lekker in de tuin.”

Bij de Universiteit Twente werken wij (onder andere) met Canvas. Mijn collega’s en ik zijn nog steeds druk aan het uitproberen hoe de conferences werken en  hoe je de lessen het best kunt plannen. Gelukkig kunnen we iedere week in een vragenuurtje bij elkaar komen en ervaringen uitwisselen. Soms weet dan inderdaad iemand een oplossing voor een bepaald probleem. Soms is die er echter niet, maar ik weet dan in ieder geval dat ik niet de enige ben die ermee worstelt.

Voor mij is dit nu een mooi moment om dingen te leren, die ik tot kort geleden vol overtuiging uit de weg ben gegaan, en het valt best mee. Hoewel wij nu allemaal op fysieke afstand van elkaar werken, is het contact met sommige collega’s intensiever geworden, of zoals een collega van de UT zei: “Ik heb jullie nog nooit zo vaak in zo korte tijd gezien en gesproken.”

Uiteraard hoop ik dat we over een niet al te lange tijd weer meer face to face kunnen werken, maar op het moment is het zo goed vol te houden.

Deze prachtige bewerking van Da Vinci’s “Last Supper” (door @MythAddict?) zwerft inmiddels overal op het Wereldwijde Web rond, dus ik hoop dat het in orde is dat ik hem ook gebruik.

Blijf thuis en blijf gezond!

 

The Twelve Days of Christmas

De twaalf dagen van kerst, dat is de tijd tussen kerstavond en Driekoningen, van 25 december t/m 5 januari. In sommige landen is dit ook de tijd dat de kerstboom in huis staat. In het Duits wordt deze tijd “zwischen den Jahren” of “Rauhnächte” genoemd, in het Engels zijn het de “Twelve days of Christmas”.

Dit is tevens de titel van een bekend Engels kerstliedje:

On the first day of Christmas
my true love sent to me:
A partridge in a pear tree

On the second day of Christmas
my true love sent to me:
two turtle doves
and a partridge in a pear tree

….

On the twelfth day of Christmas
my true love sent to me:
twelve drummers drumming
eleven pipers piping
ten lords a-leaping
nine ladies dancing
eight maids a-milking
seven swans a-swimming
six geese a-laying
five gold rings
four calling birds
three French hens
two turtle doves
and a partridge in a pear tree

Het liedje wordt meestal gewoon als een telrijmpje voor kinderen gezien, maar er is ook een theorie dat het heel symbolisch is en over het Christendom gaat: Zo is de patrijs in de perenboom Jezus, de twee tortelduiven staan symbool voor het Oude en het Nieuwe Testament en de drie Franse kippen voor de drie deugden geloof, hoop en liefde. De vier vogels zijn de evangelisten, de vijf gouden ringen de vijf boeken van de Thora, de zes ganzen de zes dagen van de schepping en de zeven zwanen de zeven giften van de Heilige Geest. De melkende meiden staan voor de acht zaligverklaringen (zalig zijn de armen van geest etc.), de dansende dames voor de negen vruchten van de Heilige Geest, en de tien springende heren voor de tien geboden. Tot slot zijn er nog de elf fluit- of doedelzakspelers als de elf getrouwe apostelen (dus niet Judas) en de twaalf drummers staan symbool voor de twaalf doctrines van het geloofsbelijdenis.

Uiteraard kun je het hele verhaal ook letterlijk opvatten, zoals de hilarische correspondentie van ontvangster van al die cadeautjes aan haar “true love” laat zien. Aan het begin is zij nog enthousiast, maar ze raakt steeds geïrriteerder naarmate de dieren en personen steeds talrijker worden. De vogels maken een hoop lawaai en poepen de tuin onder, de dansende dames en heren misdragen zich en de doedelzakken zijn ook niet meer welkom.

En nu wordt het tijd om even achterover te leunen en van de versie met de Muppets en John Denver, die zich trouwens tussen al die poppen behoorlijk op zijn gemak lijkt te voelen, te genieten.

 

 

Ik wens iedereen fijne feestdagen en een goed, gezond en vooral gelukkig 2020. En nu iedereen: On the fist day of Christmas my true love gave to me a partidge in a pear tree.

 

 

Geraadpleegde bronnen:
https://en.wikipedia.org/wiki/Twelve_Days_of_Christmas
https://en.wikipedia.org/wiki/The_Twelve_Days_of_Christmas_%28song%29
https://de.wikipedia.org/wiki/The_Twelve_Days_of_Christmas
http://www.articleseen.com/Article_the-meaning-of-the-twelve-days-of-christmas_119672.aspx

In-company-trainingen: Een taal op de werkvloer leren

Regelmatig word ik gevraagd: Wat is eigenlijk het verschil tussen een in-company-training en een “gewone” groepscursus? Of: Wat voegt het toe?

Bij een groepscursus met open inschrijving (bijvoorbeeld bij taleninstituten, roc’s of volksuniversiteiten) lopen de niveaus en leerwensen vaak uit elkaar. Je zit er dus met cursisten die de taal voor de vakantie of voor de gezelligheid willen leren en anderen die liever de zakelijke kant willen opgaan. En die zijn dan vaak nog van verschillende bedrijven, zodat er altijd een compromis gevonden moet worden.

Nu kun je natuurlijk zeggen dat alles mooi meegenomen is, maar soms is maatwerk toch de betere oplossing, want je leert in redelijk korte tijd precies die dingen die je nodig hebt, en er is altijd de mogelijkheid van eigen inbreng. Een voorbeeld:

Een tijdje geleden heb ik een in-company-training Duits bij Sanders Meubelstad in Oldenzaal gegeven. Omdat deze vestiging vrij dicht bij de grens ligt, komen daar vaak Duitse klanten. Een aantal medewerkers had het gevoel, dat hun woordenschat te klein was en dat de Nederlandse manier van gesprekken voeren niet werkt. Daardoor voelden ze zich onzeker.

In een kennismakingsgesprek met de medewerkers en de leidinggevende hebben wij samen naar het niveau en de behoeften van de deelnemers en de wensen van de bedrijfsleiding gekeken. Het bleek dat er wel niveauverschillen bestonden, maar toch was het handig om één groep te vormen, zodat zij bij de gespreksoefeningen ook van elkaar konden leren.

Tijdens de cursus bleek de grootste drempel inderdaad het aanknopen van een gesprek met de klant te zijn. De vrij directe Nederlandse benadering bleek bij Duitse klanten vaak niet te werken. Samen zochten wij naar de juiste formuleringen om de klanten te begroeten en over koetjes en kalfjes te praten.

in-company Sanders

In de volgende lessen kwamen de verschillende afdelingen aan bod: bankstellen, tafels, bedden etc. en werkten we aan de woordenschat. Ja, ook ik heb hier een hoop geleerd over “Federkern”, “Taschenfederkern”, “Kaltschaum”, “Latex-” en “Viskosematratzen”. Mocht ik een nieuw bankstel nodig hebben, ben ik nu goed geïnformeerd.

in-company Sanders 2

Maar ook de medewerkers gaan de gesprekken nu met meer zelfvertrouwen aan, omdat zij nu beter uit hun woorden kunnen komen. En als ik een keer nieuwe meubels wil kopen, dan willen zij mij graag in het Duits adviseren.

Hartelijk dank aan de cursisten van Sanders Meubelstad voor de toestemming om de foto’s te gebruiken.

Interesse in een in-compay-training? Neem dan contact met mij op.

 

Nee, niet elke Nederlander is goed in Engels (maar dat denken ze allemaal wél van zichzelf)

Ik ben even zo vrij om dit stukje van Jouw Vertaler te rebloggen, want zij verwoordt het heel mooi.

Jouw Vertaler vertelt....

“Oh, ben jij vertaler? Welke talen spreek je dan allemaal? Engels? Echt, kun je daar van leven? Iedereen spreekt toch Engels, daar hebben we tegenwoordig toch geen vertalers meer voor nodig?”klein paars

Zomaar een willekeurig gesprek tijdens een netwerkbijeenkomst, of op een feestje. Ik denk dan altijd twee dingen:

A) Bedankt, al die jaren studie en ervaring, ik spoel ze lekker door de plee!

B) Nee, niet iedereen spreekt (goed) Engels, en al zeker niet op het niveau dat nodig is om goed te kunnen vertalen (bovendien gaat het bij vertalen over geschreven taal, niet over praten).

Het is een veelgehoord verhaal: Nederlanders (ik ken geen enkel ander volk dat zichzelf zó overschat als het gaat om een vreemde taal) die denken dat ze zo goed in Engels zijn dat ze geen taalles, vertaling of tekstrevisie in het Engels nodig hebben. Maar het is een misvatting. Nederlanders kunnen zich verstaanbaar maken…

View original post 304 woorden meer

Veelgestelde vragen: Vakantie – Ferien, Urlaub, holiday, vacation?

De zomervakantie staat voor de deur of is – in mijn geval – al weer voorbij. In het Nederlands heeft iedereen vakantie, maar in het Duits hebben sommigen mensen Ferien  en anderen Urlaub. En in het Engels kom je soms holiday en soms vacation tegen. Wanneer gebruik je nou wat?

Ferien en Urlaub

Toen ik nog klein was en nog niet naar school ging, verbaasde ik me er weleens over dat mijn vader en mijn opa Urlaub hadden, maar mijn oudtante had Ferien. Maar zij was dan ook lerares.

Het woord Ferien is afgeleid van het Latijnse feriea (feestdagen). In Duitsland en Oostenrijk wordt het meestal voor de schoolvakanties gebruikt. Dit betekent dus dat scholieren, studenten en onderwijzend personeel Ferien  hebben, de meeste anderen hebben Urlaub.

Het laatste gaat terug op het Middelhoogduitse woord urloup, dat zoveel betekent als verlof, toestemming. Later veranderde de betekenis in vrijstelling van hat werk en nog later in vrije dagen voor de ontspanning. Daarnaast zijn er ook nog andere varianten van Urlaub, zoals Bildungsurlaub (studieverlof) of Pflegeurlaub (zorgverlof), die je in overleg met de werkgever kunt opnemen.

In Zwitserland wordt in beide gevallen het woord Ferien gebruikt.

Holiday en vacation

In Brits Engels is de vakantie holiday, en de Amerikanen zeggen vacation, meestal in ieder geval.

Het woord holiday is afkomstig van het Oudengelse hāligdæg (heilige dag) en werd gebruikt voor religieuze feestdagen. Nu gebruiken de Briten het voor de vakanties in het algemeen en voor feestdagen.

In het Amerikaans Engels wordt holiday voor religieuze en nationale feestdagen zoals Kerst, Pasen, Onafhankelijkheidsdag etc. gebruikt. Als het over vakanties gaat, dan gaan zij on vacation.

Als je in Groot Britannië onderweg bent, krijg je ook weleens met bank holidays te maken. Deze worden ook public holidays genoemd. De term bank holidays gaat terug naar de dagen die de Bank of England vroeger als feestdagen in acht nam. Op deze dagen waren dus de bankfilialen gesloten.

In ieder geval wens ik iedereen een fijne vakantie, schöne Ferien, einen schönen Urlaub of happy hols!

Trouwens: Tijdens de zomervakantie kunt u ook tijdens de Summer School uw taalkennis opfrissen en na de vakantie gaat in september de Basiscursus Duits van start. Voor meer informatie kijk op www.petra-scheltinga.nl

Geraadpleegde bronnen:
Wikipedia, Ferien
Wikipedia, Urlaub
Wikipedia, Holiday
Wikipadia, Bank Holiday
Phrasemix, vacation and holiday

De luizenmoeder

Hallo allemaal, wat fijn dat jij er bent! Afgelopen zondag werd de laatste aflevering van de populaire serie “De luizenmoeder” uitgezonden. Een mooi moment om terug te kijken, wat deze serie nu zo bijzonder maakte.

De eerste twee afleveringen hadden mijn man en ik gemist, want er komt zo veel op tv, en het meeste is toch niet veel soeps. Maar iedereen had het erover, en dus keken we ze met behulp van de app alsnog en we waren meteen verkocht!

De serie waarvan nu twee seizoenen zijn uitgezonden gaat over het dagelijkse leven op de openbare basisschool De Klimop met de leraren, leerlingen en hun ouders. Alles wordt op een satirische manier op de korrel genomen. Het begint met de soms heel interessante namen van de kinderen. Voorbeelden zijn Youandi, als in You and I, maar dan met een gesproken i aan het einde, of zus en broer Maledief en Filippien. Het meisje is op de Malediven verwekt en de jongen is genoemd naar zijn opa Filip en zijn moeder Pien. Nog vragen? De dochter van protagoniste Hannah heet trouwens gewoon Floor.

Bij de ouders zijn de meest uiteenlopende types vertegenwoordigd: Een van de hoofdrollen is kinderpsychologe Hannah, die altijd het overzicht kwijt is en moeilijk nee kan zeggen. Waarschijnlijk is zij daarom in het tweede seizoen naast haar oorspronkelijke functie als luizenmoeder ook klassenmoeder geworden. De prestaties en de ontwikkeling van haar kind bekijkt zij weldadig nuchter. Dan heb je de neurotische Ursula, type “aso, maar wel met geld”. Zij vindt een heleboel dingen vies en walgelijk en vloekt dat het een lieve lust is. Vader Karel is ervan overtuigd dat zijn kinderen hoogbegaafd zijn en dat de docenten hun tekort doen. De kijker heeft het algauw met de leerkrachten te doen.

De twee juffen van groep drie en groep zeven (later vier en acht) kunnen verschillender niet zijn. Juf Helma gaat binnenkort met pensioen, heeft veel ervaring en een uitgesproken mening. Haar manier van lesgeven is soms wat onorthodox, haar opmerkingen kurkdroog. Op haar rookgedrag voor de klas aangesproken zegt zij bijvoorbeeld: “De kinderen zijn nu twaalf, die roken straks zelf ook als het goed is.” Juf Ank is duidelijk jonger en een beetje een controlefreak, die aan regels en afspraken hecht: “Vandaag is er maar een jarig, en dat is Jasper.” Zij begint steevast haar les met een liedje, tot ongenoegen van Juf Helma. Actrice Ilse Warringa kan heel mooi zingen, maar in de serie doet ze het net niet. Meester Anton, de directeur, beleeft kinderlijk plezier aan flauwe grappen, probeert steeds weer iets nieuws uit dat dan weer misgaat. Legendarisch de “Participizza”, waarmee de ouders overgehaald moeten worden om zich meer voor de school in te zetten, of de voorleesavond met een BN’er die niemand kent. Mijn favoriet is “Winterklaas”, het politiek correcte antwoord op Sinterklaas en de Zwarte-Pieten-discussie. Zijn rechterhand is vrijwilligster Nancy, die soms over zich heen laat lopen, dan weer spiritueel bezig is, soms mensen tegen elkaar uitspeelt en iedereen op de zenuwen werkt. In deze mierenhoop is conciërge Volkert, ex-soldaat met een oorlogstrauma, nog het meest normaal.

Er wordt soms beweerd dat de serie zo heerlijk politiek incorrect is. Maar zo is het niet helemaal. Voorbeelden: Rianne, een door twee mannen geadopteerd meisje (volgens Ank vinden we dat niet raar, dat vinden we alleen maar heel bijzonder) komt uit Azië. Ank spreekt haar eerst als Lianne aan en refereert dan aan haar als “het meisje met de oogjes”. Riannes Vader Kenneth komt te laat op de ouderavond en wordt vanwege zijn donkere huidskleur voor schoonmaker aangezien. Het is wel grappig, maar toch heb je het gevoel dat dit soort dingen eigenlijk niet meer kunnen. En toch gebeurt het regelmatig in het dagelijks leven.

Wat ik heel mooi vind is dat alle hoofdpersonages de nodige bagage met zich meedragen, wat ze meer diepte geeft. Zo probeert Anks (inmiddels ex-) man Bert zichzelf te vinden en stuurt haar regelmatig foto’s van zichzelf  in gezelschap van schaars geklede meiden op zonovergoten stranden. Kom op, hoe zielig is dit? Maar daardoor komt Ank tijdens het tienminutengesprek op voor Hannah en Floor en wijst Hannahs ex-man op zijn ongepast gedrag ten opzichte van Hannah. Ook neemt zij het op voor de kinderen die van hun ouders te veel onder druk worden gezet: “Als je wilt dat je kinderen opklimmen, moet je er vooral niet bovenop zitten.” Helma heeft een broer met een psychose, die soms zijn medicijnen vergeet en dan weer eens zoek is, en Antons moeder is zwaar ziek en overlijdt in het tweede seizoen.

Veel van de situaties zijn heel herkenbaar en houden ons allemaal die spiegel voor. Natuurlijk loopt het Sinterklaasfeest volledig uit de hand, maar het zijn niet de kinderen, maar de volwassenen die het voor iedereen verzieken. En een kennis van ons zei een keer: “Ik durf al niet meer te zwaaien”, nadat Ank maatregelen heeft genomen tegen ouders die hun kinderen naar het klaslokaal brengen en dan nog lang voor het raam blijven staan. Ik den dat veel juffen en meesters hiervoor dankbaar zullen zijn.

De finale was het afscheid van Juf Helma, die met pensioen gaat: een koninklijk feest met het Koningslied zoals het in 2013 had moeten zijn.  Ank met opgeheven vinger: “De dag waarvan je wist dat die zou komen…” Maar geniet er zelf van.

Er zijn maar twee seizoenen gepland, en hoewel sommige mensen vinden dat ze door moeten gaan, vind ik het een verstandige keuze. Want Juf Helma is nu met pensioen, en zoals ze het zelf zou zeggen: Zonder haar is er geen reet meer aan.

Oud en Nieuw op z’n Nederlands: De oudejaarsconference

Zoals in Duitsland bestaan er ook in Nederland tal van tradities om het oude jaar uit te zwaaien en het nieuwe jaar in te luiden. Dit stukje zal echter niet over het vuurwerk (legaal en illegaal) met alle gevolgen van dien gaan, want daar word ik niet vrolijk van. Nee, vandaag heb ik het over de oudejaarsconference.

De eerste “moderne” oudejaarsconference, “Nou, je weet wa’k bedoel” van Wim Kan werd in 1954 op de radio uitgezonden. Maar volgens diverse bronnen (ik citeer hier hier de pagina IsGeschiedenis) gaat dit fenomeen al terug naar de 18e eeuw:

Hoewel de eerste officiële oudejaarsconference dus in 1954 werd gehouden zijn de conferences geen typisch modern fenomeen. Al sinds het begin van de 18e eeuw werd het toneelstuk Gijsbrecht van Amstel van Joost van den Vondel eind december steevast gevolgd door de klucht De bruiloft van Kloris en Roosje. Deze komedie werd achter het treurspel Gijsbrecht van Amstel opgevoerd om het publiek niet al te droevig naar huis terug te laten keren. In De bruiloft van Kloris en Roosje zat een nieuwjaarswens die altijd vooraf werd gegaan door een passage waarin humoristisch werd teruggeblikt op het afgelopen jaar. Dit stuk wordt hierdoor vaak gezien als de voorloper van de moderne oudejaarsconferences.”

De eerste oudejaarsconference die ik meemaakte was “De estafette” van Freek de Jonge in 1992. Ik was toen op bezoek bij mijn vriend (inmiddels al heel lang mijn echtgenoot), en mijn Nederlands reikte niet veel verder dan “goedemiddag”, “alsjeblieft” en “dankjewel”. Vraag me dus niet waar het over ging, maar het fenomeen op zich vond ik wel interessant.

Later zouden er nog een paar volgen, en hoewel mijn Nederlands inmiddels stukken beter was, werd ik er niet veel wijzer van. Omdat ik nog met mijn studie en Duitsland bezig was en maar een paar keer per jaar in Nederland op bezoek kwam, was ik nauwelijks op de hoogte van al die gebeurtenissen waaraan gerefereerd werd. Zo’n avond was dan ook telkens een zware beproeving voor mij. Mijn vrienden lagen dubbel van het lachen, maar er was geen tijd om aan mij uit te leggen, wat er nou zo grappig was, want het programma liep natuurlijk gewoon door.

Toen ik 1997 naar Nederland verhuisd was, vonden mijn man en ik een oplossing: opnemen en in stukjes kijken. Dit deden we ook met andere cabaretprogramma’s, zodat ik gaandeweg de Nederlandse taal en haar nuances steeds meer onder de knie kreeg.

Natuurlijk heb ik niet alle conferences gezien, want soms zijn wij met Oud en Nieuw ergens anders, maar een paar zijn mij bijgebleven. Een daarvan is “Onderbewust” van Jan Jaap van der Wal in 2007. Hij was toen nog geen 30, en ik was onder de indruk hoe hij de dingen steeds in een breder context plaatste. Hij moest toen al een hoop gelezen hebben. De conference “Troost” van Youp van ’t Hek vond ik toen vrij zeurderig en negatief, zijn “2e viool” drie jaar later viel bij mij meer in de smaak. En dan uiteraard Herman Finkers met zijn heerlijke gortdroge humor in 2015 en de op een verzoenlijke manier tot nadenken stemmende conference van Claudia de Breij in 2016.

En wat moet ik zeggen over Marc-Marie Huibregts vorig jaar? Hoewel ik hem een beetje vermoeiend vind en dus het ergste vreesde, was ik behoorlijk diep geraakt. Het verhaal over zijn fietsongeluk dat hem een gescheurde hamstring en een hele tijd op de bank opleverde kan ik bijna letterlijk overnemen. Mijn fietsongeluk begin 2018 resulteerde weliswaar in een gebroken enkel, maar het gaat om het idee en het gevoel. Eindelijk ging televisie een keer ook over mij.

Geraadpleegde bronnen:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Oudejaarsconference

https://www.kijkbijons.nl/oud-en-nieuw-de-oudejaarsconference/content/item?796183

https://isgeschiedenis.nl/nieuws/geschiedenis-van-de-oudejaarsconference

https://www.zwartekat.nl/oudejaarsconference/overzicht.php

VARAgids 51/52 (22 december 2018 tot 4 januari 2019)