Veelgestelde vragen: Vakantie – Ferien, Urlaub, holiday, vacation?

De zomervakantie staat voor de deur of is – in mijn geval – al weer voorbij. In het Nederlands heeft iedereen vakantie, maar in het Duits hebben sommigen mensen Ferien  en anderen Urlaub. En in het Engels kom je soms holiday en soms vacation tegen. Wanneer gebruik je nou wat?

Ferien en Urlaub

Toen ik nog klein was en nog niet naar school ging, verbaasde ik me er weleens over dat mijn vader en mijn opa Urlaub hadden, maar mijn oudtante had Ferien. Maar zij was dan ook lerares.

Het woord Ferien is afgeleid van het Latijnse feriea (feestdagen). In Duitsland en Oostenrijk wordt het meestal voor de schoolvakanties gebruikt. Dit betekent dus dat scholieren, studenten en onderwijzend personeel Ferien  hebben, de meeste anderen hebben Urlaub.

Het laatste gaat terug op het Middelhoogduitse woord urloup, dat zoveel betekent als verlof, toestemming. Later veranderde de betekenis in vrijstelling van hat werk en nog later in vrije dagen voor de ontspanning. Daarnaast zijn er ook nog andere varianten van Urlaub, zoals Bildungsurlaub (studieverlof) of Pflegeurlaub (zorgverlof), die je in overleg met de werkgever kunt opnemen.

In Zwitserland wordt in beide gevallen het woord Ferien gebruikt.

Holiday en vacation

In Brits Engels is de vakantie holiday, en de Amerikanen zeggen vacation, meestal in ieder geval.

Het woord holiday is afkomstig van het Oudengelse hāligdæg (heilige dag) en werd gebruikt voor religieuze feestdagen. Nu gebruiken de Briten het voor de vakanties in het algemeen en voor feestdagen.

In het Amerikaans Engels wordt holiday voor religieuze en nationale feestdagen zoals Kerst, Pasen, Onafhankelijkheidsdag etc. gebruikt. Als het over vakanties gaat, dan gaan zij on vacation.

Als je in Groot Britannië onderweg bent, krijg je ook weleens met bank holidays te maken. Deze worden ook public holidays genoemd. De term bank holidays gaat terug naar de dagen die de Bank of England vroeger als feestdagen in acht nam. Op deze dagen waren dus de bankfilialen gesloten.

In ieder geval wens ik iedereen een fijne vakantie, schöne Ferien, einen schönen Urlaub of happy hols!

Trouwens: Tijdens de zomervakantie kunt u ook tijdens de Summer School uw taalkennis opfrissen en na de vakantie gaat in september de Basiscursus Duits van start. Voor meer informatie kijk op www.petra-scheltinga.nl

Geraadpleegde bronnen:
Wikipedia, Ferien
Wikipedia, Urlaub
Wikipedia, Holiday
Wikipadia, Bank Holiday
Phrasemix, vacation and holiday

Advertenties

De luizenmoeder

Hallo allemaal, wat fijn dat jij er bent! Afgelopen zondag werd de laatste aflevering van de populaire serie “De luizenmoeder” uitgezonden. Een mooi moment om terug te kijken, wat deze serie nu zo bijzonder maakte.

De eerste twee afleveringen hadden mijn man en ik gemist, want er komt zo veel op tv, en het meeste is toch niet veel soeps. Maar iedereen had het erover, en dus keken we ze met behulp van de app alsnog en we waren meteen verkocht!

De serie waarvan nu twee seizoenen zijn uitgezonden gaat over het dagelijkse leven op de openbare basisschool De Klimop met de leraren, leerlingen en hun ouders. Alles wordt op een satirische manier op de korrel genomen. Het begint met de soms heel interessante namen van de kinderen. Voorbeelden zijn Youandi, als in You and I, maar dan met een gesproken i aan het einde, of zus en broer Maledief en Filippien. Het meisje is op de Malediven verwekt en de jongen is genoemd naar zijn opa Filip en zijn moeder Pien. Nog vragen? De dochter van protagoniste Hannah heet trouwens gewoon Floor.

Bij de ouders zijn de meest uiteenlopende types vertegenwoordigd: Een van de hoofdrollen is kinderpsychologe Hannah, die altijd het overzicht kwijt is en moeilijk nee kan zeggen. Waarschijnlijk is zij daarom in het tweede seizoen naast haar oorspronkelijke functie als luizenmoeder ook klassenmoeder geworden. De prestaties en de ontwikkeling van haar kind bekijkt zij weldadig nuchter. Dan heb je de neurotische Ursula, type “aso, maar wel met geld”. Zij vindt een heleboel dingen vies en walgelijk en vloekt dat het een lieve lust is. Vader Karel is ervan overtuigd dat zijn kinderen hoogbegaafd zijn en dat de docenten hun tekort doen. De kijker heeft het algauw met de leerkrachten te doen.

De twee juffen van groep drie en groep zeven (later vier en acht) kunnen verschillender niet zijn. Juf Helma gaat binnenkort met pensioen, heeft veel ervaring en een uitgesproken mening. Haar manier van lesgeven is soms wat onorthodox, haar opmerkingen kurkdroog. Op haar rookgedrag voor de klas aangesproken zegt zij bijvoorbeeld: “De kinderen zijn nu twaalf, die roken straks zelf ook als het goed is.” Juf Ank is duidelijk jonger en een beetje een controlefreak, die aan regels en afspraken hecht: “Vandaag is er maar een jarig, en dat is Jasper.” Zij begint steevast haar les met een liedje, tot ongenoegen van Juf Helma. Actrice Ilse Warringa kan heel mooi zingen, maar in de serie doet ze het net niet. Meester Anton, de directeur, beleeft kinderlijk plezier aan flauwe grappen, probeert steeds weer iets nieuws uit dat dan weer misgaat. Legendarisch de “Participizza”, waarmee de ouders overgehaald moeten worden om zich meer voor de school in te zetten, of de voorleesavond met een BN’er die niemand kent. Mijn favoriet is “Winterklaas”, het politiek correcte antwoord op Sinterklaas en de Zwarte-Pieten-discussie. Zijn rechterhand is vrijwilligster Nancy, die soms over zich heen laat lopen, dan weer spiritueel bezig is, soms mensen tegen elkaar uitspeelt en iedereen op de zenuwen werkt. In deze mierenhoop is conciërge Volkert, ex-soldaat met een oorlogstrauma, nog het meest normaal.

Er wordt soms beweerd dat de serie zo heerlijk politiek incorrect is. Maar zo is het niet helemaal. Voorbeelden: Rianne, een door twee mannen geadopteerd meisje (volgens Ank vinden we dat niet raar, dat vinden we alleen maar heel bijzonder) komt uit Azië. Ank spreekt haar eerst als Lianne aan en refereert dan aan haar als “het meisje met de oogjes”. Riannes Vader Kenneth komt te laat op de ouderavond en wordt vanwege zijn donkere huidskleur voor schoonmaker aangezien. Het is wel grappig, maar toch heb je het gevoel dat dit soort dingen eigenlijk niet meer kunnen. En toch gebeurt het regelmatig in het dagelijks leven.

Wat ik heel mooi vind is dat alle hoofdpersonages de nodige bagage met zich meedragen, wat ze meer diepte geeft. Zo probeert Anks (inmiddels ex-) man Bert zichzelf te vinden en stuurt haar regelmatig foto’s van zichzelf  in gezelschap van schaars geklede meiden op zonovergoten stranden. Kom op, hoe zielig is dit? Maar daardoor komt Ank tijdens het tienminutengesprek op voor Hannah en Floor en wijst Hannahs ex-man op zijn ongepast gedrag ten opzichte van Hannah. Ook neemt zij het op voor de kinderen die van hun ouders te veel onder druk worden gezet: “Als je wilt dat je kinderen opklimmen, moet je er vooral niet bovenop zitten.” Helma heeft een broer met een psychose, die soms zijn medicijnen vergeet en dan weer eens zoek is, en Antons moeder is zwaar ziek en overlijdt in het tweede seizoen.

Veel van de situaties zijn heel herkenbaar en houden ons allemaal die spiegel voor. Natuurlijk loopt het Sinterklaasfeest volledig uit de hand, maar het zijn niet de kinderen, maar de volwassenen die het voor iedereen verzieken. En een kennis van ons zei een keer: “Ik durf al niet meer te zwaaien”, nadat Ank maatregelen heeft genomen tegen ouders die hun kinderen naar het klaslokaal brengen en dan nog lang voor het raam blijven staan. Ik den dat veel juffen en meesters hiervoor dankbaar zullen zijn.

De finale was het afscheid van Juf Helma, die met pensioen gaat: een koninklijk feest met het Koningslied zoals het in 2013 had moeten zijn.  Ank met opgeheven vinger: “De dag waarvan je wist dat die zou komen…” Maar geniet er zelf van.

Er zijn maar twee seizoenen gepland, en hoewel sommige mensen vinden dat ze door moeten gaan, vind ik het een verstandige keuze. Want Juf Helma is nu met pensioen, en zoals ze het zelf zou zeggen: Zonder haat is er geen reet meer aan.

Oud en Nieuw op z’n Nederlands: De oudejaarsconference

Zoals in Duitsland bestaan er ook in Nederland tal van tradities om het oude jaar uit te zwaaien en het nieuwe jaar in te luiden. Dit stukje zal echter niet over het vuurwerk (legaal en illegaal) met alle gevolgen van dien gaan, want daar word ik niet vrolijk van. Nee, vandaag heb ik het over de oudejaarsconference.

De eerste “moderne” oudejaarsconference, “Nou, je weet wa’k bedoel” van Wim Kan werd in 1954 op de radio uitgezonden. Maar volgens diverse bronnen (ik citeer hier hier de pagina IsGeschiedenis) gaat dit fenomeen al terug naar de 18e eeuw:

Hoewel de eerste officiële oudejaarsconference dus in 1954 werd gehouden zijn de conferences geen typisch modern fenomeen. Al sinds het begin van de 18e eeuw werd het toneelstuk Gijsbrecht van Amstel van Joost van den Vondel eind december steevast gevolgd door de klucht De bruiloft van Kloris en Roosje. Deze komedie werd achter het treurspel Gijsbrecht van Amstel opgevoerd om het publiek niet al te droevig naar huis terug te laten keren. In De bruiloft van Kloris en Roosje zat een nieuwjaarswens die altijd vooraf werd gegaan door een passage waarin humoristisch werd teruggeblikt op het afgelopen jaar. Dit stuk wordt hierdoor vaak gezien als de voorloper van de moderne oudejaarsconferences.”

De eerste oudejaarsconference die ik meemaakte was “De estafette” van Freek de Jonge in 1992. Ik was toen op bezoek bij mijn vriend (inmiddels al heel lang mijn echtgenoot), en mijn Nederlands reikte niet veel verder dan “goedemiddag”, “alsjeblieft” en “dankjewel”. Vraag me dus niet waar het over ging, maar het fenomeen op zich vond ik wel interessant.

Later zouden er nog een paar volgen, en hoewel mijn Nederlands inmiddels stukken beter was, werd ik er niet veel wijzer van. Omdat ik nog met mijn studie en Duitsland bezig was en maar een paar keer per jaar in Nederland op bezoek kwam, was ik nauwelijks op de hoogte van al die gebeurtenissen waaraan gerefereerd werd. Zo’n avond was dan ook telkens een zware beproeving voor mij. Mijn vrienden lagen dubbel van het lachen, maar er was geen tijd om aan mij uit te leggen, wat er nou zo grappig was, want het programma liep natuurlijk gewoon door.

Toen ik 1997 naar Nederland verhuisd was, vonden mijn man en ik een oplossing: opnemen en in stukjes kijken. Dit deden we ook met andere cabaretprogramma’s, zodat ik gaandeweg de Nederlandse taal en haar nuances steeds meer onder de knie kreeg.

Natuurlijk heb ik niet alle conferences gezien, want soms zijn wij met Oud en Nieuw ergens anders, maar een paar zijn mij bijgebleven. Een daarvan is “Onderbewust” van Jan Jaap van der Wal in 2007. Hij was toen nog geen 30, en ik was onder de indruk hoe hij de dingen steeds in een breder context plaatste. Hij moest toen al een hoop gelezen hebben. De conference “Troost” van Youp van ’t Hek vond ik toen vrij zeurderig en negatief, zijn “2e viool” drie jaar later viel bij mij meer in de smaak. En dan uiteraard Herman Finkers met zijn heerlijke gortdroge humor in 2015 en de op een verzoenlijke manier tot nadenken stemmende conference van Claudia de Breij in 2016.

En wat moet ik zeggen over Marc-Marie Huibregts vorig jaar? Hoewel ik hem een beetje vermoeiend vind en dus het ergste vreesde, was ik behoorlijk diep geraakt. Het verhaal over zijn fietsongeluk dat hem een gescheurde hamstring en een hele tijd op de bank opleverde kan ik bijna letterlijk overnemen. Mijn fietsongeluk begin 2018 resulteerde weliswaar in een gebroken enkel, maar het gaat om het idee en het gevoel. Eindelijk ging televisie een keer ook over mij.

Geraadpleegde bronnen:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Oudejaarsconference

https://www.kijkbijons.nl/oud-en-nieuw-de-oudejaarsconference/content/item?796183

https://isgeschiedenis.nl/nieuws/geschiedenis-van-de-oudejaarsconference

https://www.zwartekat.nl/oudejaarsconference/overzicht.php

VARAgids 51/52 (22 december 2018 tot 4 januari 2019)

“Stille Nacht” – een kerstlied is jarig

 

“Stille nacht”, een van de populairste kerstliederen ter wereld, wordt dit jaar 200 jaar. Het is inmiddels in meer dan 140 talen vertaald, en in sommige talen bestaan zelfs meerdere versies (http://silentnight.web.za/translate/). Toen ik vorig jaar kerst bij mijn Familie in Zuid-Duitsland doorbracht, ontdekte ik in de krant een mooi verhaal over dit lied.

Hoe is het lied ontstaan? 

Het jaar 1816, toen de napoleontische oorlogen net voorbij waren, werd ook “het jaar zonder zomer” genoemd, omdat het heel lang koud was en sneeuwde. De oogst was mislukt en de bevolking leed honger. In die tijd schreef Joseph Mohr, priester in een klein dorp ten zuiden van Salzburg (Oostenrijk), een hoopvol gedicht een borg het op in de lade van zijn bureau.

Twee jaar later, Mohr was inmiddels priester in Oberndorf ten noorden van Salzburg, weigerde op kerstavond het orgel van zijn kerk St. Nikolaus de dienst. En dat op kerstavond, wanneer heel veel mensen voor de nachtmis verwacht werden! Hij herinnerde zich aan het gedicht dat hij eerder geschreven had, en vroeg aan de kerkmusicus Franz Gruber, om het voor twee mannenstemmen en een gitaar op muziek te zetten, zodat er toch iets meer dan alleen gebeden en een preek zouden zijn.

De gemeente vond het prachtig, en zo veroverde het eenvoudige liedje de hele wereld. Maar Mohr en Gruber zelf maakten het helaas niet meer mee.

Waarom is het lied zo populair? 

Er wordt veel gespeculeerd waarom het juist met dit lied zo een geweldige vlucht nam. Een reden is waarschijnlijk, dat er geen elementen aan te pas kwamen, die naar één specifieke religie wijzen. Het gaat dus bijvoorbeeld niet over de verering van de Maagd Maria, wat de katholieken zo belangrijk vinden.

Het past ook heel goed bij de donkere dagen en de hoop dat het licht ooit weer komt. En het verwoordt heel mooi de wens naar rust en vrede.

En hoe zit het met de “Owie”?

Toen ik nog klein was, hoorde ik op de radio een leuk verhaal (uiteraard in het Duits): Een jongen die het op school niet bepaald goed deed, wilde ook een keer en sticker voor een goed gemaakte opdracht. Voor de kerst moesten de leerlingen een tekening over het lied “Stille Nacht” maken. Bij de meeste kinderen zag je het gebruikelijke tafereel met Maria, Jozef, het kindje, de herders, os en ezel. Maar op de tekening van de jongen stond er nog een aardappelachtig mannetje met een brede lach achter de kribbe.

Op de vraag van de meester hoe hij daarbij kwam zei de jongen: “Dit is de Owie. In het tweede couplet zingen ze toch “Gottes Sohn, o wie lacht [Lieb aus deinem göttlichen Mund]”. (Voor de niet Duits-sprekenden: Zoon van God, o, hoe lacht [de liefde uit jouw goddelijke mond]. De meester moest eveneens lachen, en de jongen kreeg eindelijk zijn begeerde sticker.

Uiteraard vond ik dit verhaal toen heel grappig, en er gaat nog steeds geen kerstavond voorbij, zonder dat dit stukje ook een brede glimlach op mijn gezicht tovert.

Ik wens iedereen fijne feestdagen, het liefst vol rust en vrede en met een glimlach, en een goed, gezond en gelukkig 2019.


Stille nacht – met Glühwein.

 

De herfst in verschillende talen

Gisteren was het officiële begin van de herfst, en toen ik uit het raam keek, schoot me een zin uit de beginnerscursus Nederlands die ik lang geleden bezocht heb, te binnen: „De zomer is voorbij en spoedig komt de winter weer.“ Maar gelukkig zit tussen zomer en winter nog de herfst, een mooie periode waarvoor er veel woorden en uitdrukkingen in verschillende talen bestaan.

Nazomer

Aan het einde van de zomer, als de eerste bladeren rood beginnen te worden, spreek je vaak over de nazomer. In het Duits heet deze periode “Spätsommer” en in het Engels “late summer”, late zomer dus. Maar er zijn nog veel poëtischere benamingen. Zo spreekt men in het Duits van “Altweibersommer”, wat als “oudewijvenzomer” ook in het Nederlands te vinden is. Eén theorie voor de herkomst van dit begrip is dat je in deze dagen veel spinnenwebben ziet, die aan het grijze haar van oude vrouwen doen denken. Een ander verhaal is, dat het woord uit de Noordse of Germaanse mythologie stamt, waarin de lotsgodinnen, oude vrouwen, de levensdraad van de mensen sponnen.

In het Engels (en dan vooral in de Verenigde Staten)  spreekt men ook over de “Indian Summer”, en het wordt vaak gebruikt, als er aan de mooi gekleurde bladeren in de bossen van de New England States gerefereerd wordt. Waar deze term vandaan komt is niet duidelijk, misschien heeft het te maken met het favoriete jachtseizoen van de Indianen. In de VS zelf wordt in het kader van de “political correctness” volop erover gediscussieerd of men dit woord überhaupt nog moet gebruiken. Jammer eigenlijk, want het klinkt heerlijk poëtisch.

Herfst

De herfst heet in het Duits trouwens “Herbst“, in het Engels “autumn“ of “fall“, en in het Frans “automne“. Als we naar deze verschillende benamingen kijken, zien we dat we hier twee taalfamilies hebben.

De varianten “herfst” en “Herbst” hebben een Germaanse wortel. Ze zijn afgeleid van het Indoeuropeese woord “karp” voor oogst.  Het Engelse woord “harvest”, de oogst, heeft hier uiteraard ook mee te maken, want het gaat terug naar het Oud-Engelse ”hærfest (period between August and November)”. Maar dit word werd in de 16e eeuw vervangen door het Franse “automne”, zodat de betekenis verschoof naar de periode van de oogst en het oogsten zelf.

Het Franse “automne” en dus ook het Engelse “autumn” horen bij de Romaanse taalfamilie en zijn afgeleid van het Romeinse woord “autumnus”.

Dan is er nog het Engelse woord “fall”, een afkorting voor “fall of the leaf” (het vallen van het blad). Het werd al in de 16e eeuw in Engeland als tegenhanger voor het woord “spring (of the leaf)”,  het opkomen van het blad, gebruikt. Hoewel je het woord “fall” vooral in de Verenigde Staten tegenkomt, is het dus geen exclusief Amerikaans woord. Sting heeft het immers ook over “the skies of fall”.

Hoe je het ook in welke taal wilt noemen, de herfst is zeker een prachtig en kleurrijk seizoen. Of, om het met Loesje te zeggen: “Herfst, wat een prachtige tijd met al die gekleurde dingen die voor de voeten vallen of je zelfs aan komen waaien.“

herfst

De eerste schooldag

school

In heel Nederland zijn inmiddels de scholen weer begonnen, en ook in Duitsland is in bijna alle deelstaten de zomervakantie voorbij. Alleen in Baden Württemberg en in Beieren hebben de kinderen nog een paar dagen respijt, voordat zij weer aan het werk moeten.

Voor veel kinderen begint nu “der Ernst des Lebens”, een uitdrukking die je blijkbaar niet direct naar het Nederlands kunt vertalen. Het betekent ongeveer dat de tijd om te spelen voorbij is en het leven nu een serieuze bezigheid wordt.

In Nederland mogen de kinderen vanaf vier jaar naar de basisschool den de leerplicht begint met vijf jaar. Er is dus geen vast moment waarop iedereen voor het eerst naar school gaat. Dit is in Duitsland heel anders: De leerplicht begint met zes jaar en dan wel op de eerste dag van het nieuwe schooljaar. Deze dag is een belangrijke dag, en om de stap van het spelen naar het leren iets makkelijker te maken krijgen de kinderen een zogenaamde “Schultüte” mee. Dit is een soort grote puntzak met snoep, klein speelgoed en dingen die op school goed van pas komen zoals kleurpotloden, een puntenslijper etc.

schultuete

Hoe uitgebreid de eerste schooldag gevierd wordt, verschilt blijkbaar per regio, school en familie: Soms is er een kerkdienst voor de kinderen van bepaalde scholen, soms komt ook de verre familie op bezoek en  gaat men uit eten, of er is “Kaffee und Kuchen”.

Bij mij was de eerste dag op school vrij kort, je zocht een plek in het klaslokaal, maakte kennis met de meester en de andere leerlingen, de meester las een verhaaltje voor en we konden weer naar huis. Maar dit bleef niet zo, de dagen op school werden algauw langer!

Op deze dag maakte ik kennis met een meisje dat later mijn beste vriendin zou worden, en deze vriendschap bestaat nog steeds, hoewel wij nu 800 km uit elkaar wonen en elkaar niet zo vaak zien. Op school gebeuren dus ook mooie dingen.

Ik wens iedereen een goede start van het nieuwe schooljaar, en misschien is het nu een goede gelegenheid voor een taalcursus?

Nederland te voet: Het Pieterpad

Zomertijd – wandeltijd. Het hoeft niet altijd de weg naar Santiago of de Appalachian Trail te zijn, ook Nederland biedt met zijn ruim veertig Lange-Afstand-Wandelpaden  (LAWs) en Streekpaden en talloze lokale wandelroutes voldoende keuze.

De bekendste Lange-Afstand-Wandelroute is waarschijnlijk het bijna 500 km lange Pieterpad van Pieterburen naar Sint Pietersberg. De meeste mensen lopen hem van noord naar zuid, maar ik heb het omgekeerd gedaan. Ten eerste kun je de kaart makkelijker lezen als je naar het noorden loopt, ten tweede heb je dan meestal de zon in de rug, wat ik prettiger vind, en ten derde vond ik het idee op de zee af te lopen gewoon mooier. Ik liep het Pieterpad in stukjes en heb daar  twee jaar over gedaan (oktober 2015 tot september 2017).

wegweiser2

Orientatie

Ik loop nog steeds gezellig ouderwets met kaart en routebeschrijving. Een keer liep ik een stukje met twee wandelaars die een GPS gebruikten. Dat beviel mij niet zo, het maakte het toch allemaal erg voorspelbaar. Aan het begin moest ik echt leren, hoe je de beschrijving moet lezen en hoe je de icoontjes vindt. Maar na een paar valse starts ging het wel aardig. Toch ben ik een keer in de Limburgse bossen in een perfecte cirkel gelopen, was ik in de buurt van de Holterberg de weg kwijt of belandde in een weiland met koeien en moest ergens over het prikkeldraad weer naar buiten. Maar het komt altijd weer goed, en als ik soms de route niet precies volgens het boekje loop, is het niet zo erg. Mooi is het tenslotte bijna overal. Alleen het principe van de “connecting footsteps”, dat je dus altijd daar verder gaat waar je gestopt bent en geen stukjes overslaat, vind ik wel belangrijk.

wegweiser

Landschap

Op het Pieterpad kom je door heel veel verschillende soorten landschap: de spectaculaire heuvels in Limburg, de Grote Rivieren, het Twentse en Achterhoekse coulisselandschap, de bossen in Drenthe en het weidse land van Groningen. En ze hebben allemaal hun eigen charme, ik kan dus niet zeggen, waar ik het het mooist vond.

maastricht2

Het is bijvoorbeeld heel leuk om langs de Maas of de Rijn te lopen en bij Hoch Elten van het uitzicht over de Boven-Rijn te genieten.

Schöne Aussicht

Maar ook het “lege land” met in Drenthe met zijn  bossen en heidevelden is prachtig.

heidefeld

Na al die afwisseling was ik bang dat het landschap ten Noorden van Groningen saai zou zijn, maar de route gaat door allerlei dorpjes, langs wierden, kerkjes en boerderijen, zodat ik ook hier het gevoel had, verder te komen.

oostrum

Overnachten

Op de stukken van Sint Pietersberg tot Milsbeek en van Sleen tot Pieterburen zijn heen- en terugreis iets te lang, dus liep ik meestal twee of drie dagen achter elkaar. Ik moest dus onderweg overnachten. In het Zuiden sliep ik bij “Vrienden op de fiets“. Dit zijn mensen die tegen een klein bedrag een slaapplek en ontbijt voor wandelaars en fietsers ter beschikking stellen. Er zijn echter twee voorwaarden: Je moet lid van deze organisatie zijn en je moet op eigen kracht komen (dus niet met de auto). Een geweldig initiatief, waarbij ik bij een heleboel leuke mensen overnacht heb. De meesten zijn of waren zelf wandelaars en/of fietsers, en zo heb je genoeg gespreksonderwerpen.

In Venlo sliep ik bij en man met twee kinderen, waar ik ’s avonds ook mee kon eten. Zijn voorkeur voor Duitse schlagermuziek uit de jaren 70 was misschien niet nodig geweest, maar hij had een lekkere witte wijn. In Milsbeek overnachtte ik bij een echtpaar, dat een B&B runt, maar als je via “Vrienden op die fiets” komt, is de kamer goedkoper. Wij kletsten de hele avond en ook bij het ontbijt was het zo gezellig dat ik veel later wegkwam dan gepland.

Toen ik in het noorden weer een slaapplek nodig had, was het net hoogseizoen langs het Pieterpad en alles was vrij lang van tevoren al gereserveerd. Dus kocht ik een eenpersoonstentje, mijn “Dackelhütte” en ging daarmee op pad. Mijn man en ik kamperen wel regelmatig, maar hoe zou het alleen zijn? Zou ik de hele nacht bibberend en klappertandend in mijn slaapzak liggen omdat ik te veel Stephen King heb gelezen? Maar het viel allemaal reuze mee, je hoort gewoon de vertrouwde campinggeluiden om je heen. En na een hele dag wandelen ben je ook moe genoeg om je over niets meer druk te maken.

dackelhütte

Alleen wandelen

Op de laatste 2 of 3 km na, die ik samen met mijn man naar de finish ben gelopen, heb ik het Pieterpad alleen afgelegd. En ik word ook vaak gevraagd, of ik het niet saai of zelfs eng vind om in mijn eentje te lopen. Nee, helemaal niet. Nederland is een dichtbevolkt land en er zijn een hoop wandelaars onderweg. De kans dat je instort en pas na een paar weken wordt gevonden acht ik dus vrij gering. En ik vind het ook heel fijn dat ik met niemand rekening hoef te houden. Ik kan gewoon mijn eigen tempo  lopen, onderweg blijven staan om iets te bekijken of een foto te nemen, op een bankje zitten en de zon op mijn neus laten schijnen zonder dat er iemand staat te trappelen om verder te gaan. En je hoeft niemand te vermaken. Maar twee dingen zijn wel belangrijk: Je moet jezelf een beetje aangenaam gezelschap vinden en je moet tegen de stilte kunnen.

Goethe-Zitat

Bijzondere ontmoetingen

Omdat ik de weg in tegenrichting aflegde, kwam ik onderweg heel veel mensen tegen. Bij Swalmen wees een vrouw mij erop dat er bij Venlo grotere werkzaamheden aan de snelweg zijn en dat de route daardoor sterk veranderd is. Ik moest dus de updates op de website checken. Daar was ik vanzelf echt niet opgekomen, voor mij is het gedrukte woord blijkbaar toch heilig. Twee Duitse fietsers kwamen achter mij aan om mij mijn trui te brengen die onderweg van mijn rugzak gevallen was. En toen ik bij de Holterberg kwijt was fietste een meisje naar het volgende straatnaambord, om uit te zoeken hoe de straat heette, waar ik beland was. Ik had haar kunnen knuffelen, toen kon ik ook precies op de kaart zien waar ik was! Tussen Sleen en Schoonloo, waar helemaal geen horeca is, maakten een clubje wandelaars en ik plannen om halverwege de etappe een Snackbar, Café Halfweg te openen. Maar dat zal waarschijnlijk niet toegestaan zijn, want anders had het zeker al iemand gedaan.

Eingang zum Teegarten

En nu?

Het bereiken van de finish voelde wel een beetje dubbel: Aan de ene kant was ik hartstikke blij en trots dat ik het gehaald had, maar aan de andere kant was het ook wel een soort afscheid. Een vriendin vergeleek het met een goed boek dat je ineens uit hebt – je zou graag met deze personen dit verhaal verder willen volgen. Maar gelukkig zijn er nog veel meer routes, en ik was al eerder aan het Trekvogelpad van Enschede naar Bergen aan Zee begonnen en later zou het Overijssels Havezatenpand van Oldenzaal naar Steenwijk volgen – tot in januari een gebroken enkel roet in het eten gooide. Gelukkig is deze inmiddels weer enigszins hersteld, zodat ik weer korte stukjes van 5 – 8 km kan lopen. En er wachten nog zo veel wegen op mij: het Noaberpad van Bad Nieuweschans naar Kleef (een echte grenswandeling), het Kustpad van Hoek van Holland naar Bad Nieuweschans, het Marskramerpad van Bad Bentheim naar Den Haag enz.enz. Ik heb er zin in.

finish

Een uitgebreider verslag is trouwens op Grenzwanderer te vinden, maar dan in het Duits. Viel Spaß.