Jiddische woorden in het Duits en in het Nederlands

Sinds bijna een jaar ben ik nu rondleidster in de Synagoge van Enschede, en ik vind het hartstikke leuk om mensen dit prachtige gebouw te laten zien. Naast het Joodse geloof, de geschiedenis van de Joodse gemeenschap in Enschede en de architectuur van het gebouw komen ook vaak taalkundige aspecten aan de orde.  Zowel in het Nederlands als in het Duits zijn namelijk tal van Jiddische woorden te vinden.

Jiddisch – wat is dit eigenlijk?

Volgens Wikipedia is het Jiddisch of Jiddisj (ייִדיש jidisj of אידיש idisj of יודיש Jüdisch, “Joods-Duits”) “een Germaanse taal, die door ongeveer drie miljoen Joden over de hele wereld gesproken wordt. Het Jiddisch wordt doorgaans van rechts naar links geschreven met het Hebreeuws alfabet, maar is taalkundig niet aan het Hebreeuws verwant. De naam is afgeleid van Middelhoogduits Jüd, Jiddisch (Jodenduits), yid (Jood).”

In de loop van de eeuwen werden tal van Jiddische woorden in het Duits en het Nederlands opgenomen. Wij gebruiken ze zo vanzelfsprekend dat wij ons niet meer bewust zijn van het feit dat zij eigenlijk uit een andere taal komen. Sommige woorden betekenen in beide talen hetzelfde, bij anderen is de betekenis in een van de talen verschoven.

Een aantal voorbeelden:

– Mazzel (nl) of Massel (dt): van מזל  [ma’zal], geluk. In het Nederlands wens je elkaar soms “de mazzel”, en in het Duits stel je vast, dat iemand “Massel gehabt hat”.

– mesjogge (nl) of meschugge (dt):  van משוגע[me’ʃuge], gek, gestoord.

– koosjer (nl) of koscher (dt) van כּשר [‘kojʃɛr], gezond, volgens de spijswetten in de Thora. In beide talen wordt ook gezegd, dat iets “niet koosjer” of “nicht koscher” is, als het niet pluis of op de een of andere manier niet in orde is.

– ramsj (nl) of Ramsch (t) van  hebr. rama’ut רָמָאוּת [rama’ut], rommel, ongeregeld goed. In de boekhandel staat het ook voor nieuwe boeken die goedkoper verkocht, of in het Duits “verramscht” worden.

– pleite (nl + dt) van פּלטה (plejte), vlucht. In het Nederlands betekent het weg, verdwenen. “Zullen we pleite maken?” is dus “Zullen we weggaan?” In het Duits daarentegen betekent “pleite gehen” failliet gaan. Hier is dus de betekenis verschoven van “op de vlucht slaan omdat je schulden hebt” naar het falliet gaan zelf.

– smeris (nl), Schmiere (dt) van שמירה [‘ʃmirə], wachten. De Nederlandse smeris is een politieagent (vaak beslist niet positief bedoeld), terwijl het Duitse “Schmiere stehen” op de uitkijk staan betekent, meestal als eiland kattenkwaad uithaalt.

Zo zijn er nog veel meer voorbeelden. Misschien is het een idee om eens erna op zoek te gaan?

Geraadpleegde bronnen:

https://de.wikipedia.org/wiki/Liste_deutscher_W%C3%B6rter_aus_dem_Hebr%C3%A4ischen_und_Jiddischen

http://bastiansick.de/kolumnen/zwiebelfisch/von-abzocke-bis-zoff-jiddische-woerter-in-der-deutschen-sprache/

https://historiek.net/top-50-jiddische-woorden-in-het-nederlands/60629/

http://synagogeenschede.nl/s/b/joodsewoorden.asp

 

Advertenties

Uitdrukkingen, spreekwoorden en gezegdes: Het weer en de zomer

Het weer is een veelbesproken onderwerp in Nederland, en we hebben er ook veel van. Op het moment klagen veel mensen erover, dat het niet warm genoeg is en dat het te veel regent. Ik persoonlijk vind het weer goed zoals het is: Een aangename temperatuur van rond de 20 graden, soms zon en tussendoor een buitje – goed voor de tuin.

Uiteraard zijn eer ook prachtige uitdrukkingen en gezegdes in verschillende talen rond het weer. Soms komen ze overeen, soms zit er verschil in.

De zwaluw

  • Nederlands: Eén zwaluw maakt geen zomer.
  • Duits: Eine Schwalbe macht noch keinen Sommer.
  • Engels: One swallow doesn’t make a summer,  of poëtischer:  One swallow does not a summer make.
  • Estisch: Üks pääsuke ei tee suve.
  • Frans: Un hirondelle ne fait pas le printemps. Hier maakt de zwaluw dus geen lente.
  • Bulgaars (maar wel in het Latijnse alfabet): Edna ptichka plolet ne prari. (Een Vogel maakt geen zomer).

Zon en regen

Ook over zon en regen zijn er verschillende uitdrukkingen. Wat regent het in Nederland, Duitsland of Groot-Brittannië?

  • Nederlands: Het regent pijpenstelen.
  • Duits: Es regnet Bindfäden.
  • Engels: It’s raining cats and dogs.

Maar gelukkig regent het niet altijd, en het leven is ook niet altijd slecht, zoals de Duitsers het verwoorden:

  • Nederlands: Achter de wolken schijnt de zon..
  • Engels: Every cloud has a silver lining.
  • Duits: Hinter den Wolken scheint die Sonne, of: In allem Schlechten liegt das Gute im Ansatz schon verborgen.

Hittegolf

Voor de hittegolf in de zomer tussen 23 juli en 23 augustus hebben de Duitsers en de Engelsen een mooi begrip: “Hundstage” oftewel “dog days of summer”.  Dit had vroeger te maken met een bepaalde positie van de ster Sirius, ook de hondster genoemd. In de Griekse mythologie is Sirius ook de hond van de jager Orion. En de faunaatvorm van Sirius Zwart in “Harry Potter” is niet voor niets een grote zwarte hond.

Kennen jullie nog meer spreekwoorden en uitdrukkingen over het weer in verschillende talen?

En wat regent het hier op de foto? Pijpenstelen, cats and dogs, Bindfäden of iets anders?

wetpicture-remagen

 

 

Nederland te voet: De Strand6Daagse

Gisteren is de Strand6Daagse weer begonnen, een zes dagen durende wandeling langs het strand van Hoek van Holland naar Den Helder. De etappes variëren in lengte van 14 tot 32 kilometer, en de overnachtingsplaatsen zijn Wassenaar, Noordwijk, IJmuiden, Egmond aan Zee, Callantsoog en Den Helder. Drie jaar geleden hebben mijn man en ik ook meegelopen, en het was een heel bijzondere ervaring.

Voorbereiding

Omdat het aantal plaatse beperkt is moet je je op tijd aanmelden, en zodra wij in november ons bewijs van deelname hadden, begonnen wij oefenkilometers te maken. Zo zagen we veel van het mooie Twente en leerden ook een aantal leuke restaurants kennen. Maar omdat wij in Twente en niet aan de zee wonen, was de gelegenheid om op zand te lopen beperkt. Maar dit zou niet zo veel uitmaken, dachten wij.

De wandeling zelf

Al bij het startpunt in Hoek van Holland, het “Jagershuis”, ontdekten wij, dat zich in principe alles vanzelf wijst. Je moet alleen kijken wat de anderen doen, en dit doe je dan ook. Zodra zich ergens een rij vormt, sluit je je aan, want dan krijg je of iets te eten of informatie.

Bij het startpunt namen wij onze armbandjes en vlaggetjes die ons als deelnemers van deze tocht uitwezen, de afknipkaartjes voor de maaltijden en de routebeschrijving voor de eerste dag in ontvangst. Onze tassen met tent en overnachtingsspullen legden wij bij de andere bagage neer, in de hoop, ze aan het einde van de dag weer in ontvangst te mogen nemen.

gepäck

Dan liepen wij naar het strand, waar al een lang lint van wandelaars met gele vlaggetjes onderweg was. Al gauw kwamen wij tot de ontdekking dat het lopen op zand best goed gaat, als het water zich net heeft terug getrokken en het zand nog hard is. Dit was toen ’s ochtends het geval. Maar in de loop van de dag wordt het zand zachter en het lopen zwaarder. Soms liepen wij op blote voeten een stuk door het water op zoek naar afkoeling. Dan is het wel belangrijk, om daarna de voeten weer grondig te “ontzanden”, zodat er geen wrijving ontstaat. En met een ding had ik geen rekening gehouden: het strand loopt schuin naar de zee af, zodat je bijna altijd met je rechterbeen iets hoger loopt. Dit nam mijn onderbeen op de vijfde dag behoorlijk kwalijk.

Dit klinkt nou alsof het allemaal verschrikkelijk was, maar niets is minder waar. Je loopt immers de hele dag langs de Noordzee en ziet de wissel van eb en vloed, licht en schaduw op het water, de verschillende dieren en nog veel meer. En je hoort het ruisen van golven en wind, het gekrijs van de meeuwen. En het weer viel toen ook reuze mee.

strandwanderer2strandwanderer

Regelmatig maakten wij een praatje met andere wandelaars, waarbij de gesprekken bijna altijd hetzelfde patroon volgden: “Loop jij voor het eerst?” – “Ja, en jij?”- “Ik loop hem al de derde keer. Het zand is goed vandaag, vind je niet?” – “Ja, veel beter dan gistermiddag.”

Goede organisatie

Ongeveer duizend deelnemers die in zes dagen 140 kilometer langs het strand lopen, dit vraagt om een goede organisatie. Tijdens onze wandeling kregen wij een idee, hoe dit allemaal in zijn werk gaat.

De regels zijn in principe heel eenvoudig:

– Iedereen is voor zichzelf verantwoordelijk en moet zelf weten, wat hij aankan
– De aanwijzingen van de organisatie moeten altijd opgevolgd worden
– Wie moeilijk doet, mag naar huis.

Overnacht wordt in meegebrachte tenten op de voetbalvelden van de plaatselijke sportverenigingen. En ik moet zeggen, dat ik zelden zo lekker in een tent heb geslapen – het gras is dicht en zacht, zonder wortels en stenen, die je anders zo vaak onder je matje hebt. De sanitaire voorzieningen van de clubhuizen zijn echter niet berekend op zo veel mensen, zodat je soms wat langer in de rij moet staan. En dat de tenten heel dicht op elkaar staan mag de pret ook niet drukken.

zeltplatz

De bagage wordt ’s morgens op een van drie plekken neergelegd, gemarkeerd met een lint in een bepaalde kleur, en in vrachtwagens naar de volgende overnachtingsplaats gebracht. Het is altijd wel een uitdaging om je tas weer terug te vinden, maar het is on iedere keer gelukt.

De maaltijden worden in Den Helder gekookt en dan naar de overnachtingsplaats van de dag gebracht. Het eten was dus iedere dag iets warmer. Aan het begin probeerden wij nog te raden wat er de volgende dag op het menu zou staan, maar de veteranen vertelden ons, dat het ieder jaar hetzelfde is – traditioneel Nederlands eten met vlees, groente en natuurlijk aardappels. Lekker was het in ieder geval wel.

Vanaf 14 uur is ook een EHBO-post op de overnachtingsplek, die heel toepasselijk pleisterplaats genoemd wordt. Na drie of vier dagen heeft bijna iedereen iets – blaren, zere knieën of heupen, spierpijn etc. Maar we droegen onze pleisters, tapes en bandages met een zekere trots, we hebben er immers hard voor gewerkt.

Ik was in ieder geval erg onder de indruk van de goed lopende organisatie en de vele vrolijke vrijwilligers, die dit evenement mogelijk maken.

Conclusie

Ondanks het feit dat het soms zwaar zwoegen is, was het een geweldige ervaring. Je maakt deel uit van ene groot geheel dat meestal uitstekend functioneert. En ook al heb je soms het gevoel dat je alleen tegen weer en wind moet strijden, er is toch altijd iemand in de buurt, om je weer op te beuren. Er waren de jongens van de Reddingsbrigade Heemskerk, die ons een stoel brachten zodat we makkelijker onze pleisters konden vernieuwen, de man op het stand bij Schoorl die snoep aan de wandelaars uitdeelde of de hardloopster kort voor Den Helder, die zei: “Hou vol, je bent er bijna!”

Misschien lopen wij de route ooit nog een keer, maar op het moment hebben wij nog een aantal andere plannen. Op mijn privéblog “Grenzwanderer” is trouwens het dagboek van de hele wandeling in het Duits te vinden. Veel leesplezier.

utensilien

Workshop “Kijken naar kunst” of: Is dat kunst of kan dat weg?

Volgende week, van 2 t/m 4 juni, is het weer tijd voor KunstenLandschap, de kunstroute door Lonneker, Roombeek en omgeving, waar ik al een aantal jaren als vrijwilligster meehelp. Dit is altijd weer leuk, je bent een weekend gezellig buiten, leert nieuwe, interessante mensen kennen en steekt soms ook nog het een en ander over (beeldende) kunst op.

Ook de organisatie van KunstenLandschap doet aan vrijwilligersbinding, en zo kregen we een tijdje geleden een workshop over “Kijken naar kunst” aangeboden. De workshop werd verzorgd door Moes Wagenaar, die van 2011 t/m 2013 stadsdichter van Enschede was. Deze workshop vond plaats in Concordia, tevens de locatie van de enigszins omstreden tentoonstelling How on earth should this be art?, samengesteld door de kunstenares Tinkebell.. Met deze tentoonstelling zoekt zij de grenzen op en wil zij de kijker uitdagen, erover na te denken of bepaalde dingen kunst zijn, en waarom wel of juist niet? Zelf had ik de titel ven de tentoonstelling uiteraard een beetje anders geformuleerd, namelijk als de veelgestelde vraag “Is dat kunst of kan dat weg?”

Het is vast een soort “beroepsdeformatie”, dat ik de workshop niet alleen als deelnemer maar ook als docente bezocht, en in deze hoedanigheid was ik vooral benieuwd naar het volgende: Hoe laat Moes haar vrij gemengd publiek naar deze kunstwerken kijken? Sommigen van ons zeggen weinig tot niets van kunst af te weten, anderen hebben juist (te?) veel achtergrondkennis, die hun soms in de weg zit.

Haar opzet was best eenvoudig, zij deelde de deelnemers in drie groepen in, en elke groep moest zich met een kunstwerk bezig houden, geleid door alleen twee vragen:
1) Wat zegt het kunstwerk mij?
2) Wat vraagt het van mij?

Eerst moesten wij alleen op zoek naar antwoorden, dan moesten we deze met twee andere deelnemers bespreken en tenslotte werden de ideeën van de hele groep verzameld en opgeschreven, wat een heel levendige discussie opleverde.

Ik hield me bezig met de kosmopolitische kippen van Koen Vanmechelen. Het eerste, wat in mijn opkwam was het dierenwelzijn: Vinden ze het wel leuk hier? Maar de eerste indruk was, dat ze er er prachtig uitzagen en ook niet gestrest leken, maar ja, wat weet ik dan van zo’n kip? Toen ging mijn interesse uit naar de stamboom aan de muur. Het begon met een Mechlese Koekoek (misschien moet dat, als je Vanmechelen heet), dat met steeds weer een ras uit een ander land gekruisd werd, bijvoorbeeld met een Italiaanse Ancona, wat dan weer een Melchelse Ancona opleverde. Hier had je inmiddels een Mechelse Wyandotte en twee Barnevelders. Ik probeerde, het principe te achterhalen, maar volgens mij gaat hij gewoon kriskras de hele wereld over, en het proces is nog lang niet af.

De twee andere deelnemers met wie ik mijn bevindingen moest bespreken, vulden mijn ideeën aan met de vraag, wie nou eigenlijk naar wie keek – wij naar de kippen of de kippen naar ons? – en bij het kijken naar het stamboom ontstond er een discussie over landsgrenzen, afkomst en etniciteit. En hoe zou je nu het idee van een kosmopolitisch kip op de maatschappij kunnen toepassen? Blijkbaar wordt je behoorlijk filosofisch als ja naar kippen kijkt.

In de groet groep bleek dat anderen bij heel andere aspecten waren uitgekomen: vrijheid en gevangenschap, maar ook veiligheid, een gepaste of ongepaste zetting en uiteraard de vraag: Kan een levend object een kunstwerk zijn? Zeker de laatste vraag kon uiteraard niet tot ieders tevredenheid worden beantwoord, en ik ben er zelf ook nog niet helemaal uit, maar ik vind het idee van de kosmopolitische kippen wel wat hebben, en uitdagend en grensverleggend zijn ze zeker. En is dat niet, wat kunst met je hoort te doen? Van mij hoeven ze zeker niet weg!

Tot slot nog mijn (nog steeds) favoriet kunstwerk van de Kunstroute 2012: kunstroute4

The Road to Heaven, van Jur Strelitzky. Jammer, dat het er maar een paar dagen stond.

Theater na de Dam – “Alle woorden zitten nog in mijn hoofd”

Ja, ik weet het, het is de afgelopen weken erg rustig hier. Dit ligt niet aan een gebrek aan ideeën en onderwerpen, integendeel, er liggen nog een aantal stukjes op de stapel. Maar zo’n verhuizing laat toch haar sporen achter – er is altijd wat – en mijn prachtige leslokaalkantoorbibliotheek (inmiddels met een deur *met* glas) trekt blijkbaar regelmatig nieuwe cursisten. Daarom houd ik op het moment voor het bloggen niet zoveel tijd en energie over. Maar nu komen er  weer nieuwe stukken over taal, kunst, cultuur en alles wat ermee te maken heeft.

Dit jaar waren mijn man en ik op 4 mei bij een heel bijzonder evenement in het kader van de Nationale Dodenherdenking, namelijk het “Theater na de Dam“. In het hele land waren er om 21 uur, dus na de officiële dodenherdenking, voorstellingen die met dit onderwerp te maken hebben. Hier werd de voorstelling verzorgd door de Theatermakerij Enschede en vond plaats in de feestzaal van de Synagoge, waar ik sinds januari rondleidster ben. Mijn lange weg daar naartoe is trouwens hier na te lezen, maar dan in het Duits.

Een aantal weken geleden werd ik gevraagd om voor de leden van de Theatermakerij en korte rondleiding te verzorgen, omdat zij het gebouw wilden leren kennen waar hun voorstelling plaats zou vinden. De groep was heel geïnteresseerd en stelde veel vragen, zodat de rondleiding toch iets langer werd dan gepland. Uiteraard was ik nieuwsgierig wat het project inhield en kreeg later ook een uitnodiging van een van onze buren, die de groep op de klarinet muzikaal ondersteunde.

Op 4 mei was het dan zo ver. Na de twee minuten stilte gingen wij naar de synagoge. Eerst werd ons verteld, dat er op meer dan 80 plekken in het land soortgelijke voorstellingen plaats vonden. De jongeren van de Theatermakerij hadden een aantal ouderen die als kind de Tweede Wereldoorlog meegemaakt hadden geïnterviewd, en deze interviews als basis voor een toneelstuk gebruikt. Kinderen beleven de oorlog immers anders dan volwassenen.

De verhalen gingen over bombardementen, onderduikers, vlucht, honger, maar ook hulpvaardigheid, saamhorigheid en  vriendschap. De jonge spelers (12 – 20 jaar) speelden ontzettend goed en brachten de verschillende emoties (angst, verdriet, boosheid maar ook opluchting, vreugde en humor etc.) heel goed over. Het applaus aan het einde was dan ook meer dan verdiend.

Ik vind het een goed initiatief om de verhalen van de overlevenden op deze manier vast te leggen en dichter bij een jonger publiek te brengen en ze zo in leven te houden. Want deze dingen mogen gewoon niet vergeten worden…

Bijenvader van Esther Sprikkelman

bijenvader

Een tijdje geleden werkte ik samen met Esther Sprikkelman bij de opleiding SPHE (Sociaal Pedagogische Hulpverlening Euregionaal) van Saxion. Samen ontwikkelden wij toen het taalprogramma voor de lessen Duits en Nederlands. Ik wist wel dat zij vroeger singer-songwriter van de band “The Nightblooms” was, maar over haar ambities als schrijfster had zij nog niets verteld.

Afgelopen voorjaar kreeg ik een mail, dat zij een roman voor young adults geschreven had, die dit jaar uitgegeven zou worden, en aan het begin van het jaar kreeg ik een uitnodiging voor de presentatie van haar boek op 10 februari bij Boekhandel Praamstra in Deventer.

Toen ik in de boekenwinkel aankwam, zag ik een aantal bekende gezichten – blijkbaar was ik in een reünie van Nt2-docenten van Saxion terecht gekomen. Uiteraard waren wij allemaal heel trots op Esther en vroegen ons af, hoe je in hemelsnaam fulltime bij Saxion kunt werken en dan nog een boek schrijven.

Er werden een aantal toespraken gehouden en het Duo Simone Holsbeek en Alwin Wubben speelde twee stukken die ook in het boek voorkomen, “Heroes” van David Bowie en “Tainted Love” van Soft Cell. Überhaupt speelt muziek een grote rol in het boek, daar zie je dus haar singer-songwriter-verleden terug.

Maar nu over het boek zelf: Het verhaal speelt zich af in de zomer 1985. Johanne, haar moeder Kat en haar broertje Paulie zijn van Utrecht naar Warsum, een dorpje in het oosten van het land verhuisd, omdat Kat daar een nieuwe baan heeft gekregen. Het gezin is al hel vaak verhuisd, want de kunstenares en docente Kat wil alleen invalwerk op scholen doen, Volgens Johanne krijgt zij ook nooit een vaste baan aangeboden, “want zij vertikt het, om orde te houden in haar klassen.  Een mens leert volgens haar alleen maar als hij dat zelf wil. […] En ’s avonds schildert zij haar surrealistische zelfportretten die niemand koopt.” (p. 19)

Esther heeft weinig woorden nodig om de mensen en de omgeving te schetsen. Een mooi voorbeeld is Johannes eerste wandeling door het dorp Warsum. Vanwege de naam dacht ik trouwens eerst, dat het in Groningen ligt (vanwege de plaatsnemen Winsum en Warffum), maar het blijkt in Gelderland te zijn. “Tijdens mijn wandeling door het dorp vind ik natuurlijk geen bioscopen, muziekcafés of sjieke kledingwinkels. Wat ik wel tegenkom: een bibliotheeksbus, een afhaalchinees, jullie cafetaria (de luiken zijn nog dicht), een Spar, een winkel met steunkousen en bloemetjesschorten en café-restaurant Het Bonte Peerd. Een schrale oogst.” (p. 21) Je ziet het direct voor je.

In haar roman speelt Esther met verschillende vertelperspectieven. Het verhaal van Johanne bestaat vooral uit passages die zij zelf op cassettebandjes inspreekt (vandaar ook het bandje op de cover). Deze zijn bedoeld voor haar vriend Henrico die in coma ligt. De bandjes moeten hem helpen, zich weer te herinneren als hij wakker wordt. Langzaam ontvouwt zich het verhaal van vriendschap, ontluikende liefde en jaloezie.

Daarnaast is er het verhaal van Paulie, dat meestal in de derde persoon verteld wordt. Hij interesseert zich voor insecten en sluit vriendschap met de nieuwe buurman Lomme, die bijen heeft. Lomme wordt Paulies “bijenvader” en leert hem alles over bijen. Ik zal niet verklappen, hoe deze verhaallijnen uiteindelijk samenlopen in de dramatische gebeurtenis, waardoor Henrico in coma belandt.

Ik heb het boek met veel plezier gelezen. Het is Esther gelukt, mij weer mee terug te nemen naar het jaar 1985, toen ik ongeveer even oud was als Johanne. Ik mag dan in een andere omgeving opgegroeid zijn, de herinneringen aan bepaalde stemmingen en gevoelens (onzekerheid, de eerste liefde, vreugde, angst en verdriet) zijn gewoon universeel. En bovendien heb ik het een en ander over het houden van bijen en over verschillende heiligen geleerd. Zoals Johanne het samenvat: “Martinus is de beschermheer van soldaten, wevers, Kleermakers, kinderen, bedelaars, kasteleins en geheelonthouders. De twee laatste lijken me moeilijk te doen samen.” (p. 23)

Groundhog Day

Morgen, 2 februari,  is er een leuke feestdag in de Verenigde Staten en Canada, de Groundhog Day (in het Nederlands bosmarmottendag  en in het Duits Murmeltiertag). Volgens de oude verhalen ontwaakt op deze dag de groundhog uit zijn winterslaap en komt uit zijn hol. Als hij zijn eigen schaduw kan zien, gaat hij terug naar zijn hol en duurt de winter nog zes weken. Maar als hij zijn schaduw niet ziet en buiten blijft, is het einde van de winter  nabij.

Dit doet me trouwens denken aan de weerspreuk over de dag van de zevenslaper (27 juli): “Als het regent op de heilige Zevenslaper, regent het tot zeven dagen later.” Of in het Duits zelfs: “Wenn es an Siebenschläfer regnet, sind wir noch sieben Wochen mit Regen gesegnet”.

Van winter en regen moet je dus gewoon niet teveel hebben, en daarom vieren de mensen in sommige delen van de VS, bijvoorbeeld in Pennsylvania, uitgebreid feest. Er wordt eten geserveerd, worden toespraken gehouden en spelletjes gedaan.

De Groundhog Day is zeker vooral bekend door de film uit 1993 met Bill Murray en Andie McDowell, waar de chagrijnige weerman Phil Connors verslag moet doen van het feest in Punxsutawney. Hij vindt het allemaal verschrikkelijk en maakt voortdurend sarcastische opmerkingen. Vanwege een sneeuwstorm moet het team in Pennsylvania blijven, en Phil Connors beleeft steeds weer dezelfde dag (kijk hier voor het hele verhaal).

Inmiddels is de term Groundhog Day  een vaste uitdrukking geworden voor gebeurtenissen die zich steeds herhalen. Zo zegt Sergeant Jones in Midsomer Murders een keer tegen Inspector Barnaby: “We are never getting out of here, are we, Sir? It’s Groundhog Day.”

Ook in het Duits wordt vaak de Duitse titel aangehaald, als iets zich regelmatig herhaalt en op iemands zenuwen begint te werken: “Und täglich grüßt das Murmeltier…”.

Ik wens iedereen een Happy Groundhog Day, en ik ben zeker blij als de lente gauw eer komt.

173632_web_r_k_b_by_kurt_pixelio-de

Foto (c) by Kurt / pixelio.de

Geraadpleegde bronnen:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Groundhog_Day_(feestdag)
https://nl.wikipedia.org/wiki/Groundhog_Day_(film)
https://de.wiktionary.org/wiki/und_t%C3%A4glich_gr%C3%BC%C3%9Ft_das_Murmeltier
http://www.imdb.com/title/tt0756939/movieconnections
http://www.subzin.com/s/or+Groundhog+Day