De Leipziger Buchmesse

Afgelopen weekend vond weer de Leipziger Buchmesse, de een na grootste boekenbeurs in Duitsland, plaats. De grootste boekenbeurs is de Frankfurter Buchmesse in het najaar. De geschiedenis van deze beurs gaat terug naar de 17e eeuw, en tot 1945 was hij zelfs de grootste. Ook in de tijd van de DDR een belangrijke ontmoetingsplek voor boekhandelaars en boekenliefhebbers in Oost- en West-Duitsland.

Dit jaar waren Nederland en Vlaanderen te gast op dit evenement en werden Connie Palmen en Herman Koch geïnterviewd op de Blaue Sofa, de blauwe bank dus. Verder waren er lezingen van o.a. Esther Gerritsen en illustreerden Nederlandse en Vlaamse tekenaars citaten uit de literatuur. Dit jaar was ik er helaas niet bij, maar vorig jaar bezocht ik dit evenement voor her eerst, en het lijkt mij niet te laat om van dit bezoek een aantal indrukken revue te laten passeren.

Druk, druk, druk

Ik had met twee vriendinnen bij een groep bonte leeuwen bij de hoofdingang afgesproken, die volgens een van hen niet te missen waren. Eerst was ik wel bang dat het mij nooit meer zou lukken om de metro te verlaten, zo vol was die. Maar ik had het kunnen weten, iedereen stapte bij het Messegelände uit en ik hoefde alleen maar de massa achterna te lopen. En natuurlijk hadden ze kort daarvoor de leeuwen weggehaald. Dankzij de moderne techniek wisten we elkaar desondanks te vinden.

Manga’s en stripverhalen

Het eerste dat mij meteen in het oog sprong waren de talloze verklede mensen. Onderdeel van de boekenbeurs is namelijk ook de beurs over manga’s en stripverhalen, en veel bezoekers doen hun best to dress the part. Er zaten prachtige kostuums met veel liefde voor het detail bij. Op de tweede ochtend waren de meisjes in de kamers naast mij in mijn bed zonder breakfast bezig zich te schminken – wat een werk! Ik heb geen verstand van manga’s, maar ik vond vooral de boselfen, natuurwezens en hun soortgenoten heel mooi. Je moet er echt iets voor over hebben, want in de hallen is het ook nog snikheet!

Foto: Je-str – Eigenes Werk, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=57460062

Eerst het werk…

Als eerste gingen wij naar de hal met de stands voor onderwijsboeken, waar natuurlijk de grote uitgevers Klett en Cornelsen de boventoon voerden. Zoals meestal is het grootste deel van het aanbod gericht op het middelbaar onderwijs. Maar ik scoorde een paar folders over Deutsch als Fremdsprache voor verschillende beroepen en een poster met ideeën voor een schoolreis naar Londen.

… dan het plezier

De rest van de dag brachten we samen of apart in de verschillende hallen door. Ik bladerde in reisgidsen en reisverhalen, bekeek de stands voor tweedehands boeken, luisterde naar een poetry slam en een interview met de schrijver Vladimir Kaminer op de Blaue Sofa. Zeker het laatste was helemaal de moeite waard, hij sprak even boeiend over de rol van Rusland in de wereld van tegenwoordig als over de koelkast van zijn schoonmoeder, en ik besloot ter plekke, meer van hem te lezen. Tussendoor gingen we natuurlijk regelmatig een hapje eten en gezellig bijkletsen, want zo vaak zien wij elkaar ook weer niet.

My feet are killing me

Zo een hele dag staan en langzaam lopen blijft uiteraard niet zonder gevolgen, en zo waren wij toen de hallen dicht gingen bekaf. Mijn vriendinnen gingen naar huis, en ik had voor de avond nog een lezing op mijn programma: Young Adult Fiction. Ik nam de metro naar het centrum en vond zonder problemen het theater waar de lezing plaatsvond. Vrij naar Brigitte Kaandorp plofte ik op een stoel neer: Geen idee, waar het over gaat, maar ik ben blij dat ik zit.

Tijdens de lezingen ontdekte ik, dat er een hoop gaande was op het gebied van jeugdliteratuur. Mechthild Gläser las uit “Emma, der Faun und das vergessene Buch”, een verhaal waarin de hoofdpersoon haar gedachten in een gevonden boek opschrijft en daarbij de werkelijkheid verandert. Over een vergelijkbaar onderwerp gaat het ook in Margit Ruiles “Dark Noise”, waar een jonge beeldbewerker beelden van een bewakingscamera manipuleert, wat grote gevolgen heeft.

Dagmar Bittner is zelf geen schrijfster maar spreekt luisterboeken in. Hier las zij uit de Duitse vertaling van Mary Lu’s “The “Young Elites”, een spannend fantasyverhaal. Zij heeft een heel aangename stem en ik zou het boek graag als door haar ingesproken luisterboek willen horen. Zij vertelde ook, hoe zij zich op de opnames voorbereidt en dat het heel intensieven dagen zijn.

Ursula Poznanski las uit haar boek “Elanus”, een verhaal over een hoogbegaafde jongen die zijn eigen drone ontwikkeld heeft om zijn medemensen te bespioneren. Daarbij komt hij meer te weten dan goed voor hem is. Van haar heb ik inmiddels meer gelezen, en mijn favoriet is “Erebos”, waarin de spelers van een computerspel opdrachten in het echte leven moeten uitvoeren om verder te komen. Dus ook de jeugdliteratuur gaat met de tijd mee.

Het was een interessant weekend, en misschien ga ik over een paar jaar weer eens naar Leipzig, maar dan niet alleen voor de Buchmesse, want deze stad heeft nog veel meer aan kunst, cultuur en geschiedenis te bieden. Wie hierover meer wil weten, die wil ik graag de blog “Mein Leipzig lob ich mir – my Leipzig’s dear to me” van intercultural trainer Heike Wolf aanbevelen.

Advertenties

Veelgestelde vragen: Voor – vor of für?

Zoals voor de kerstpauze (vor der Weihnachtspause) beloofd gaat het in het nieuwe jaar verder met een taalonderwerp, namelijk de verschillende vertalingen van de prepositie “voor” en de daarbij behorende naamvallen.

Vor:

Soms is het heel makkelijk is voor ook gewoon vor, namelijk in tijds- en plaatsbepalingen. In tijdbepalingen volgt dan altijd de derde naamval:

  • Vor einer Stunde – een uur geleden
  • Vor einem Monat – een maand geleden
  • Vor einigen Tagen – enkele dagen geleden
  • Vor dem Essen – voor het eten
  • Vor dem Frost – Voor de vorst (Henning Mankell)

Bij plaatsbepalingen wordt het iets ingewikkelder. Als het om een zich-bevinden gaat en je dus de vraag “waar is iets?” stelt, dan volgt de derde naamval.

  • Das Auto steht vor dem Haus. – De auto staat voor het huis. (Waar staat de auto?)
  • Vor dem Haus steht ein Birnbaum. – Voor het huis staat een perenboom. (Waar staat de boom?)
  • Ich warte vor der Tür auf dich. – Ik wacht voor de deur op jou. (Waar wacht ik?)

 Maar als het om een beweging naar een doel gaat je dus de vraag stelt, waar iets naartoe gaat, volgt de vierde naamval.

  • Er fährt das Auto vor das Haus. – Hij rijdt de auto voor het huis. (Waarheen rijdt hij de auto?)
  • Wir haben einen Birnbaum vor unser Haus gepflanzt. – Wij hebben een perenboom voor ons huis geplant. (Waar hebben we de boom neergezet?)
  • Ich gehe schon mal vor die Tür. – Ik ga alvast voor de deur staan. (Waar ga ik naartoe?)

Dit geldt ook voor een aantal andere voorzetsels zoals an, auf, hinter, neben, in, über, unter en zwischen. Een cursist van mij gebruikt hier het ezelsbruggetje Is er al – drie lettergrepen, dus de derde naamval, of Moet nog komen – vier lettergrepen, dus vierde naamval. Misschien helpt dit een beetje.

Für:

 Soms is de juiste vertaling für in de zin van bestemd voor, bedoeld voor, en dan wordt het altijd gevolgd door de vierde naamval.

  • Das Buch ist für meinen Vater. – Het boek is (bedoeld voor) mijn vader.
  • Ich habe es nur für dich getan! – Ik heb het alleen voor jou gedaan.
  • Können Sie das bitte für mich erledigen? – Kunt u dit alstublieft voor mij afhandelen?
  • Er sammelt Geld für die Seehundstation. – Hij zamelt geld in voor de zeehondencrèche. 

Ook in een aantal vaste uitdrukkingen wordt voor vertaald door für”:

  • Zeile für Zeile – regel voor regel
  • Das Für und Wider – het voor en tegen
  • Für etwas sein – ergens voor zijn
  • Für immer – voor altijd

Soms moet dezelfde Nederlandse zin – afhankelijk van de context – op verschillende manieren naar het Duits worden vertaald:

  • Wij waren vóór haar gekomen. – Wir waren vor ihr gekommen. (Zij kwam dus later dan wij.)
  • Wij waren voor háár gekomen. – Wir waren für sie gekommen. (Wij kwamen vanwege haar.)

Maar in veel gevallen zijn er ook nog andere vertalingen, want voorzetsels kun je bijna nooit één op één vertalen:

  • Voor de lol – zum Spaß
  • Één voor één – einer nach dem anderen
  • En: Duitsers zitten “vor dem Computer”, Nederlanders “achter de Computer”.

De kortste dag van het jaar

Morgen is het weer de kortste dag van het jaar, ook winterpunt of zonnewende (solstitium) genoemd. Dit markeert het begin van de astronomische winter.

Al heel lang wordt deze tijd in de culturen op het noordelijke halfrond gevierd, want dan is de periode van duisternis voorbij en de dagen worden weer langer. In de tijd voor onze jaartelling (voor de geboorte van Christus) stond het midwinterfeest bekend als yule of joel, en in Scandinavië heet het nog steeds zo. Daar vieren zij ook nog steeds het Luciafeest (lichtfeest).

Het is niet voor niets dat ook het kerstfeest rond die tijd valt, het Christendom associeert Christus immers met de zon.  Verder verhoogde het zeker ook de acceptatie door de bevolking, dat  het nieuwe feest qua tijdstip met het oude samenvalt en een aantal kenmerken (veel licht) werden overgenomen.

In tal van verhalen en sagen is dit ook de hoogtepunt van het gevecht tussen licht en duister oftewel goed en kwaad, waarbij het goede hopelijk wint. Ook hedendaagse schrijvers maken gebruik van dit onderwerp, zoals Susan Cooper in haar jeugdboek “The Dark is Rising”. Als kind maakte ik kennis met dit boek en ik vond het prachtig: De Engelse kersttradities, die gepaard gaan met veel oudere elementen zoals de Wilde Jacht, Herne the Hunter en Merlin. Later kwam ik erachter dat het deel 2 van een serie van vijf boeken gaat. De andere boeken zijn ook mooi, maar dit boeide me toch het meest, misschien omdat ik het voor het eerst op de “juiste” leeftijd had gelezen.

Een ander voorbeeld is “Midwinter of the Spirit” van Phil Rickman, deel 2 van de boeken rond de jonge Anglicaanse exorcist (of  zoals de kerk van Hereford het noemt “Deliverance Consultant”) Merrily Watkins. Ook hier gaat het om het kwaad dat rond de kortste dag van het jaar zijn kop opsteekt. Deze roman ontdekte ik jaren geleden toevallig in de bieb, en sindsdien heb ik er een verslaving bij.

Ook heel oude monumenten zoals Stonehenge hebben met de zonnewende te maken. Toen wij in Ierland waren, bezochten wij ook de oude graftombe Newgrange. Dit ganggraf van rond 3200 voor Christus is zo ontworpen dat er alleen op de vijf dagen rond 21 december gedurende 15 minuten een lichtstraal naar binnen valt.

Deze tijd van het jaar is ook een goed moment om terug en vooruit te kijken. Ik ben nog steeds heel blij met mijn nieuwe leslokaal, kantoor en bibliotheek, en mijn cursisten vinden het ook prachtig. Een aantal opdrachtgevers zijn mij sowieso trouw gebleven of teruggekomen, en er zijn ook veel nieuwe erbij gekomen, zowel op les- als ook op vertaalgebied. En ik hoop natuurlijk dat deze trend zich in het volgende jaar voort zet.

Ook het aantal lezers van mijn blog is gegroeid. De statistieken laten zien dat vooral de stukken over valse vrienden en veelgestelde vragen vaak gelezen worden. Voor volgend jaar staan er ook weer een aantal op het programma, zoals het gebruik van “vor” en “für”.

Tot slot wil ik graag mijn klanten, cursisten en lezers voor de prettige samenwerking en het bezoek op mijn blog bedanken, en ik wens iedereen fijne feestdagen en een goed, gezond en gelukkig 2018.

winterwonderland2

 

Aanloop naar de kerst op z’n Duits

Vandaag is het hier in Nederland Sinterklaas, het belangrijkste feest in de winter. Ook in Duitsland kennen we de Heilige Nikolaus, maar daar speelt hij een iets minder prominente rol, hij is meer een “voorproefje”  op kerstavond en alles, wat daar te wachten staat. Als hij het land uit is gaat de voorbereiding voor kerst door.

Het begint er al mee, dat er in Duitsland ook de vier adventszondagen, de zondagen voor kerst,  gevierd worden. De ronde vorm van de adventskrans staat symbool voor de aarde en het steeds weer terugkeren van de seizoenen, en de vier kaarsen staan voor de ongeveer vierduizend jaar die de mensen op de verlosser moesten wachten.

advent2017

Voor kinderen is er ook de adventskalender, waar je vanaf 1 december of een deurtje kunt openen of een klein cadeautje uitpakken – aftellen naar de kerst dus. Ik krijg ieder jaar een adventskalender van een goede vriendin uit de “alte Heimat” per post opgestuurd.

adventskalender

Ook heel belangrijk is het bakken van koekjes in alle soorten en maten, iets wat in Nederland soms op onbegrip stuit. Een aantal jaren geleden gaf ik een beginnerscursus Duits bij een taleninstituut. In de laatste les voor de kerstvakantie bracht ik, behalve een eenvoudig kerstverhaal, ook koekjes en de daarbij behorende recepten mee. Toen ik de secretaresse koekjes aanbod, vroeg zij: “Zelf gemaakt?” Ik knikte trots, waarop zij uitriep: “Waarom dat dan in hemelsnaam?” Parels voor de zwijnen!

Ook al beschouw ik me niet zozeer als Duits of Nederlands, maar meer als grensganger en wereldburger, in de tijd voor kerst voel ik met toch meer Duits dan alles andere. En dus heb ik ook afgelopen zondag koekjes gebakken. En wie er interesse in heeft, hier een recept:

Wiener Vanillekipferl

Ingrediënten voor  ca. 80 Kipferl:
50 g amandelen (gemalen)
50 g hazelnoten (gemalen)
300 g bloem
100 g suiker
1 snuifje zout
200 g boter
2 eidooiers
5 pakjes vanillesuiker
½ kopje poedersuiker

Doe de bloem, amandelen, hazelnoten suiker en zout op een plank of in een grote kom. Voeg de boter in kleine stukjes  en de eidooiers toe en kneed het geheel tot een korstdeeg. Laat de deeg 2 uur in de koelkast rusten (kan ook korter, maar de koude deeg laat zich makkelijker vormen).

Verwarm de oven voor op 190 graden. Vorm van de deeg rolletjes van iets minder dan 1 cm dik en ongeveer 5 cm lang en buig deze tot halve manen.

20171203_143846

Bak de koekjes in het midden van de oven in 10 – 12 minuten goudgeel. Maar let goed op, de tijd luistert heel nauw!

Meng de vanillesuiker met de poedersuiker en wentel de nog warme koekjes voorzichtig erin.

20171203_145359

Eet smakelijk!

Leerstijlen in kaart gebracht – een lezing van Robert Jan Simons op de NRTO-Taaltrainersdag

De taaltrainersdag

Op 18 november 2017 bezocht ik de NRTO-Taaltrainersdag met het thema “Van elkaar leren”, die dit jaar bij het taleninstituut Regina Coeli (de nonnen) in Vught plaatsvond. Het gebouw viel een beetje tegen, had ik me toch een statig klooster uit de 14e eeuw of iets vergelijkbaars voorgesteld in plaats van de moderne, functionele les- en vergaderlocatie, maar dit terzijde. De dag zelf was heel interessant en leerzaam, dus bij deze hartelijk dank aan Gera Boelens voor de uitnodiging.

Het begon met een lezing, dan volgden gesprekken aan taaltafels en tenslotte een aantal workshops en masterclasses. De twee workshops die ik bezocht heb (over e-learning, blended learning en de flipped classroom) zijn een eigen stukje waard, dus nog even geduld.

De lezing  werd verzorgd door emeritus-hoogleraar en zelfstandig professional Robert Jan Simons. Hij werkte als hoogleraar en redacteur onderwijs, opleidingspsychologie, pedagogiek onderwijskunde etc. Sinds 2014 heeft hij zijn eigen bedrijf en begeleidt organisaties bij alles wat met leren te maken heeft. Zijn lezing op de taaltrainersdag ging over leerstijlen of, zoals hij het liever noemt, leervoorkeuren en wat je als taaldocent daarmee kan.

 

Vijf leerstijlen

Het is belangrijk te weten, dat niemand alleen één leervoorkeur heeft, het is altijd een mix die ook nog afhankelijk van het vak en de situatie waarin iets geleerd moet worden.

1) Kunst afkijken

Hier gaat het om het leren van iemand met succes. Je kijkt dus goed wat werkt en probeert het succes van iemand anders over te nemen. Dit gebeurt meestal onbewust en er vindt weinig reflectie plaats. Het moet vooral snel gaan en dus niet te theoretisch zijn.

Als docent moet je dus vooral aangeven wat werkt en niet te veel over leren praten.

2) Participeren

In dit geval gaat het vooral over uitwisselen van ideeën, het gemeenschappelijke belang en gedeelde sturing. Je hebt dus anderen nodig om tot een resultaat te komen, en je ergert je aan mensen, die vooral met de groep meeliften en zelf weinig bijdragen.

Hier moet de docent vooral goed naar de cursisten luisteren en ze niet te veel alleen laten werken.

3) Kennis verwerven

Cursisten met deze leervoorkeur willen vooral feiten weten en expliciet en doelgericht leren. Zij ergeren zich aan dingen die subjectief en niet aantoonbaar bewezen zijn.

De docent moet bij deze doelgroep altijd voor een goede onderbouwing zorgen en niet te veel vrije opdrachten geven.

4) Oefenen

Bij deze leerstijl is het belangrijk dat de cursist zich veilig voelt en van zijn fouten kan leren. Hij wil dingen niet te snel in het echt doen, maar de kennis en vaardigheden eerst in een veilige omgeving uitproberen.

De docent moet dus structuur geven en de stof in veilige stappen aanbieden. Hij mag de cursist vooral niet te snel in het diepe gooien.

5) Ontdekken

Hier wordt de cursist door nieuwsgierigheid en inspiratie voortgestuwd. Hij wil zijn eigen draai aan de dingen geven en in het diepe springen. Hij ergert zich dus aan een leeromgeving waarin alles te veel dichtgetimmerd is.

Als docent moet je deze cursist dus ruimte geven in plaats van kadering en structuur.

Omdat de wereld ook steeds complexer wordt, zijn er in de toekomst misschien nog andere leerstijlen nodig. Voorbeelden zijn volgens Robert Jan Simons het imaginaire leren, waarbij iemand in zijn hoofd verschillende situaties en scenario’s doorspeelt, of het intuïtieve leren, waarbij heel veel onbewust opgeslagen wordt en emoties een belangrijke rol spelen.

 

Wat kan ik als taaldocente hiermee?

Het is in eider geval handig om te weten, wat je eigen leervoorkeuren zijn. Ik heb die van mij met behulp van www.leerscan.nl bepaald, en er rolde het volgende uit:

leerprofiel

Ik ben dus vooral ontdekker en wil graag participeren. Op de derde plaats staat het verwerven van kennis, gevolgd door oefenen en kunst afkijken.

De volgende stap is nu, de voorkeuren van mijn cursisten in kaart te brengen, want als docent heb je vaak de neiging je eigen stijl aan de doelgroep op te dringen. Als je bijvoorbeeld zelf eerder een ontdekker bent en dingen het liefst zelf uitprobeert, onderschat je soms de behoefte van cursisten, om de stof eerst in een veilige omgeving te testen. Een ander voorbeeld is, dat de docent feitenkennis en onderbouwing belangrijk vindt, terwijl de cursist het liefst zo snel mogelijk succes wil hebben, zonder al te veel over het hoe en wat na te denken.

Hoe ik dit in de praktijk het beste kan toepassen moet ik nog zien. Maar het was in ieder geval heel interessant, om weer eens op een nieuwe manier naar het leerproces te kijken.

Jiddische woorden in het Duits en in het Nederlands

Sinds bijna een jaar ben ik nu rondleidster in de Synagoge van Enschede, en ik vind het hartstikke leuk om mensen dit prachtige gebouw te laten zien. Naast het Joodse geloof, de geschiedenis van de Joodse gemeenschap in Enschede en de architectuur van het gebouw komen ook vaak taalkundige aspecten aan de orde.  Zowel in het Nederlands als in het Duits zijn namelijk tal van Jiddische woorden te vinden.

Jiddisch – wat is dit eigenlijk?

Volgens Wikipedia is het Jiddisch of Jiddisj (ייִדיש jidisj of אידיש idisj of יודיש Jüdisch, “Joods-Duits”) “een Germaanse taal, die door ongeveer drie miljoen Joden over de hele wereld gesproken wordt. Het Jiddisch wordt doorgaans van rechts naar links geschreven met het Hebreeuws alfabet, maar is taalkundig niet aan het Hebreeuws verwant. De naam is afgeleid van Middelhoogduits Jüd, Jiddisch (Jodenduits), yid (Jood).”

In de loop van de eeuwen werden tal van Jiddische woorden in het Duits en het Nederlands opgenomen. Wij gebruiken ze zo vanzelfsprekend dat wij ons niet meer bewust zijn van het feit dat zij eigenlijk uit een andere taal komen. Sommige woorden betekenen in beide talen hetzelfde, bij anderen is de betekenis in een van de talen verschoven.

Een aantal voorbeelden:

– Mazzel (nl) of Massel (dt): van מזל  [ma’zal], geluk. In het Nederlands wens je elkaar soms “de mazzel”, en in het Duits stel je vast, dat iemand “Massel gehabt hat”.

– mesjogge (nl) of meschugge (dt):  van משוגע[me’ʃuge], gek, gestoord.

– koosjer (nl) of koscher (dt) van כּשר [‘kojʃɛr], gezond, volgens de spijswetten in de Thora. In beide talen wordt ook gezegd, dat iets “niet koosjer” of “nicht koscher” is, als het niet pluis of op de een of andere manier niet in orde is.

– ramsj (nl) of Ramsch (t) van  hebr. rama’ut רָמָאוּת [rama’ut], rommel, ongeregeld goed. In de boekhandel staat het ook voor nieuwe boeken die goedkoper verkocht, of in het Duits “verramscht” worden.

– pleite (nl + dt) van פּלטה (plejte), vlucht. In het Nederlands betekent het weg, verdwenen. “Zullen we pleite maken?” is dus “Zullen we weggaan?” In het Duits daarentegen betekent “pleite gehen” failliet gaan. Hier is dus de betekenis verschoven van “op de vlucht slaan omdat je schulden hebt” naar het falliet gaan zelf.

– smeris (nl), Schmiere (dt) van שמירה [‘ʃmirə], wachten. De Nederlandse smeris is een politieagent (vaak beslist niet positief bedoeld), terwijl het Duitse “Schmiere stehen” op de uitkijk staan betekent, meestal als eiland kattenkwaad uithaalt.

Zo zijn er nog veel meer voorbeelden. Misschien is het een idee om eens erna op zoek te gaan?

Geraadpleegde bronnen:

https://de.wikipedia.org/wiki/Liste_deutscher_W%C3%B6rter_aus_dem_Hebr%C3%A4ischen_und_Jiddischen

http://bastiansick.de/kolumnen/zwiebelfisch/von-abzocke-bis-zoff-jiddische-woerter-in-der-deutschen-sprache/

https://historiek.net/top-50-jiddische-woorden-in-het-nederlands/60629/

http://synagogeenschede.nl/s/b/joodsewoorden.asp

 

Uitdrukkingen, spreekwoorden en gezegdes: Het weer en de zomer

Het weer is een veelbesproken onderwerp in Nederland, en we hebben er ook veel van. Op het moment klagen veel mensen erover, dat het niet warm genoeg is en dat het te veel regent. Ik persoonlijk vind het weer goed zoals het is: Een aangename temperatuur van rond de 20 graden, soms zon en tussendoor een buitje – goed voor de tuin.

Uiteraard zijn eer ook prachtige uitdrukkingen en gezegdes in verschillende talen rond het weer. Soms komen ze overeen, soms zit er verschil in.

De zwaluw

  • Nederlands: Eén zwaluw maakt geen zomer.
  • Duits: Eine Schwalbe macht noch keinen Sommer.
  • Engels: One swallow doesn’t make a summer,  of poëtischer:  One swallow does not a summer make.
  • Estisch: Üks pääsuke ei tee suve.
  • Frans: Un hirondelle ne fait pas le printemps. Hier maakt de zwaluw dus geen lente.
  • Bulgaars (maar wel in het Latijnse alfabet): Edna ptichka plolet ne prari. (Een Vogel maakt geen zomer).

Zon en regen

Ook over zon en regen zijn er verschillende uitdrukkingen. Wat regent het in Nederland, Duitsland of Groot-Brittannië?

  • Nederlands: Het regent pijpenstelen.
  • Duits: Es regnet Bindfäden.
  • Engels: It’s raining cats and dogs.

Maar gelukkig regent het niet altijd, en het leven is ook niet altijd slecht, zoals de Duitsers het verwoorden:

  • Nederlands: Achter de wolken schijnt de zon..
  • Engels: Every cloud has a silver lining.
  • Duits: Hinter den Wolken scheint die Sonne, of: In allem Schlechten liegt das Gute im Ansatz schon verborgen.

Hittegolf

Voor de hittegolf in de zomer tussen 23 juli en 23 augustus hebben de Duitsers en de Engelsen een mooi begrip: “Hundstage” oftewel “dog days of summer”.  Dit had vroeger te maken met een bepaalde positie van de ster Sirius, ook de hondster genoemd. In de Griekse mythologie is Sirius ook de hond van de jager Orion. En de faunaatvorm van Sirius Zwart in “Harry Potter” is niet voor niets een grote zwarte hond.

Kennen jullie nog meer spreekwoorden en uitdrukkingen over het weer in verschillende talen?

En wat regent het hier op de foto? Pijpenstelen, cats and dogs, Bindfäden of iets anders?

wetpicture-remagen